Vocabulaireverzameling C1 - Uit je gevoelens! in Niveau C1: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'C1 - Uit je gevoelens!' in 'Niveau C1' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(adjective) opgegaan, geabsorbeerd, opgenomen;
(past participle) geabsorbeerd, opgenomen
Voorbeeld:
(adjective) nieuwsgierig, onderzoekend, bemoeizuchtig
Voorbeeld:
(adjective) bezorgd, angstig, onrustig
Voorbeeld:
(adjective) verbaasd, verbijsterd
Voorbeeld:
(adjective) geagiteerd, onrustig, nerveus
Voorbeeld:
(adjective) wanhopig, hectisch, razend
Voorbeeld:
(adjective) gebroken, kapot, geschonden;
(past participle) gebroken, verbroken
Voorbeeld:
(adjective) verontrustend, storend
Voorbeeld:
(adjective) walgelijk, afgestoten
Voorbeeld:
(adjective) lief, innemend, aanbiddelijk
Voorbeeld:
(adjective) verlaten, desolaat, troosteloos;
(verb) verwoesten, ontvolken, troosteloos maken
Voorbeeld:
(adjective) minachtend, geringschattend
Voorbeeld:
(noun) inhoud, gehalte;
(adjective) tevreden, voldaan;
(verb) tevredenstellen, voldoen
Voorbeeld:
(adjective) toegewijd, devoot
Voorbeeld:
(adjective) extatisch, uitgelaten, dolblij
Voorbeeld:
(adjective) dolblij, verrukt
Voorbeeld:
(adjective) somber, duister, depressief
Voorbeeld:
(adjective) vreugdevol, blij, gelukkig
Voorbeeld:
(adjective) dol op, liefdevol, goed
Voorbeeld:
(adjective) geschokt, ontzet, verbijsterd
Voorbeeld:
(adjective) geschokt, verontwaardigd
Voorbeeld:
(adjective) gedesillusioneerd, ontgoocheld
Voorbeeld:
(adjective) bedroefd, verontrust, gekweld;
(verb) verontrusten, bedroeven, kwellen
Voorbeeld:
(adjective) verstoord, ontregeld, getroubleerd
Voorbeeld:
(adjective) ongemakkelijk, ongerust, onrustig
Voorbeeld:
(adjective) woest, hevig, fel
Voorbeeld:
(adjective) bevroren, verstijfd, stilgezet;
(past participle) bevroren
Voorbeeld:
(adjective) gefrustreerd, teleurgesteld
Voorbeeld:
(verb) intrigeren, boeien;
(adjective) geïntrigeerd, geboren
Voorbeeld:
(adjective) beschermend
Voorbeeld:
(adjective) provocerend, uitdagend, verleidelijk
Voorbeeld:
(adjective) zelfbewust, verlegen
Voorbeeld:
(adjective) sentimenteel, gevoelig, overdreven sentimenteel
Voorbeeld:
(adjective) sprakeloos, stom
Voorbeeld:
(noun) mededogen, compassie
Voorbeeld:
(noun) hartzeer, liefdesverdriet
Voorbeeld:
(phrase) verwerken, accepteren, zich neerleggen bij
Voorbeeld:
(noun) zielig verhaal, jammerklacht
Voorbeeld:
(noun) pokerface, onbewogen gezicht
Voorbeeld:
(exclamation) verdomd, vervloekt;
(adjective) verdomd, vervloekt;
(adverb) verdomd, absoluut
Voorbeeld:
(adjective) bloederig, bloedig, verdomd;
(adverb) erg, heel
Voorbeeld: