Avatar of Vocabulary Set B2 - Wetenschappelijk gesproken!

Vocabulaireverzameling B2 - Wetenschappelijk gesproken! in Niveau B2: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'B2 - Wetenschappelijk gesproken!' in 'Niveau B2' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

biochemistry

/ˌbaɪ.oʊˈkem.ɪ.stri/

(noun) biochemie

Voorbeeld:

She is pursuing a degree in biochemistry.
Ze volgt een opleiding in de biochemie.

biological

/ˌbaɪ.əˈlɑː.dʒɪ.kəl/

(adjective) biologisch, natuurlijk

Voorbeeld:

The study focused on the biological diversity of the rainforest.
De studie richtte zich op de biologische diversiteit van het regenwoud.

artificial

/ˌɑːr.t̬əˈfɪʃ.əl/

(adjective) kunstmatig, synthetisch, geaffecteerd

Voorbeeld:

The flowers were beautiful, but they were artificial.
De bloemen waren prachtig, maar ze waren kunstmatig.

bacteria

/bækˈtɪr.i.ə/

(plural noun) bacteriën;

(noun) bacterie (enkelvoud)

Voorbeeld:

Wash your hands to remove bacteria.
Was je handen om bacteriën te verwijderen.

being

/ˈbiː.ɪŋ/

(noun) bestaan, wezen, mens;

(verb) zijnde, worden

Voorbeeld:

The very being of the universe is a mystery.
Het hele bestaan van het universum is een mysterie.

cycle

/ˈsaɪ.kəl/

(noun) cyclus, kringloop, fiets;

(verb) fietsen, cyclen, doorlopen

Voorbeeld:

The water cycle is essential for life on Earth.
De watercyclus is essentieel voor het leven op Aarde.

DNA

/ˌdiː.enˈeɪ/

(noun) DNA, essentie, aard

Voorbeeld:

Scientists are studying the structure of DNA.
Wetenschappers bestuderen de structuur van DNA.

genetics

/dʒəˈnet̬.ɪks/

(noun) genetica

Voorbeeld:

Modern genetics has revolutionized our understanding of diseases.
Moderne genetica heeft ons begrip van ziekten gerevolutioneerd.

evolve

/ɪˈvɑːlv/

(verb) evolueren, zich ontwikkelen, ontwikkelen

Voorbeeld:

The company has evolved from a small startup into a multinational corporation.
Het bedrijf is geëvolueerd van een kleine startup naar een multinationale onderneming.

compound

/ˈkɑːm.paʊnd/

(noun) verbinding, mengsel, complex;

(verb) verergeren, versterken, samenstellen;

(adjective) samengesteld, complex

Voorbeeld:

Water is a chemical compound of hydrogen and oxygen.
Water is een chemische verbinding van waterstof en zuurstof.

element

/ˈel.ə.mənt/

(noun) element, onderdeel, scheikundig element

Voorbeeld:

Trust is a key element in any relationship.
Vertrouwen is een belangrijk element in elke relatie.

matter

/ˈmæt̬.ɚ/

(noun) materie, stof, zaak;

(verb) er toe doen, belangrijk zijn

Voorbeeld:

All living things are composed of matter.
Alle levende wezens zijn samengesteld uit materie.

mineral

/ˈmɪn.ər.əl/

(noun) mineraal, voedingsstof;

(adjective) mineraal

Voorbeeld:

Quartz is a common mineral found in many rocks.
Kwarts is een veelvoorkomend mineraal dat in veel gesteenten wordt gevonden.

molecule

/ˈmɑː.lɪ.kjuːl/

(noun) molecuul

Voorbeeld:

A water molecule consists of two hydrogen atoms and one oxygen atom.
Een watermolecuul bestaat uit twee waterstofatomen en één zuurstofatoom.

solution

/səˈluː.ʃən/

(noun) oplossing

Voorbeeld:

We need to find a practical solution to this issue.
We moeten een praktische oplossing vinden voor dit probleem.

boiling point

/ˈbɔɪlɪŋ pɔɪnt/

(noun) kookpunt, breekpunt

Voorbeeld:

Water reaches its boiling point at 100 degrees Celsius.
Water bereikt zijn kookpunt bij 100 graden Celsius.

freezing point

/ˈfriːzɪŋ pɔɪnt/

(noun) vriespunt

Voorbeeld:

The freezing point of water is 0 degrees Celsius.
Het vriespunt van water is 0 graden Celsius.

radiation

/ˌreɪ.diˈeɪ.ʃən/

(noun) straling, emissie, uitstraling

Voorbeeld:

Exposure to high levels of radiation can be harmful.
Blootstelling aan hoge niveaus van straling kan schadelijk zijn.

advance

/ədˈvæns/

(noun) vooruitgang, opmars, voorschot;

(verb) vooruitgaan, vorderen, voorschieten;

(adjective) vooraf, voorlopig

Voorbeeld:

The army made a rapid advance towards the enemy lines.
Het leger maakte een snelle opmars richting de vijandelijke linies.

absorb

/əbˈsɔːrb/

(verb) absorberen, opnemen, verwerken

Voorbeeld:

Plants absorb carbon dioxide from the air.
Planten absorberen koolstofdioxide uit de lucht.

activate

/ˈæk.tə.veɪt/

(verb) activeren, inschakelen, stimuleren

Voorbeeld:

You need to activate your new phone before you can use it.
Je moet je nieuwe telefoon activeren voordat je hem kunt gebruiken.

generate

/ˈdʒen.ə.reɪt/

(verb) genereren, produceren, creëren

Voorbeeld:

The new system will generate a lot of data.
Het nieuwe systeem zal veel gegevens genereren.

industry

/ˈɪn.də.stri/

(noun) industrie, nijverheid, vlijt

Voorbeeld:

The automotive industry is a major employer in the region.
De auto-industrie is een belangrijke werkgever in de regio.

civil engineering

/ˌsɪv.əl ˌen.dʒɪˈnɪr.ɪŋ/

(noun) civiele techniek, bouwkunde

Voorbeeld:

She decided to pursue a career in civil engineering.
Ze besloot een carrière in de civiele techniek na te streven.

blueprint

/ˈbluː.prɪnt/

(noun) blauwdruk, bouwplan, model;

(verb) blauwdrukken, ontwerpen

Voorbeeld:

The architect presented the blueprint for the new building.
De architect presenteerde de blauwdruk voor het nieuwe gebouw.

engine

/ˈen.dʒɪn/

(noun) motor, machine, locomotief

Voorbeeld:

The car's engine started with a roar.
De motor van de auto startte met een brul.

sensor

/ˈsen.sɚ/

(noun) sensor, voeler

Voorbeeld:

The car has a parking sensor that beeps when you get too close to an object.
De auto heeft een parkeersensor die piept als je te dicht bij een object komt.

circuit

/ˈsɝː.kɪt/

(noun) ronde, circuit, elektrisch circuit

Voorbeeld:

The car completed another circuit of the track.
De auto voltooide nog een ronde van het circuit.

wire

/waɪr/

(noun) draad, afluisterapparaat, microfoon;

(verb) overmaken, bedraden, installeren

Voorbeeld:

The fence was made of barbed wire.
Het hek was gemaakt van prikkeldraad.

field

/fiːld/

(noun) veld, akker, gebied;

(verb) beantwoorden, afhandelen

Voorbeeld:

The farmer walked across the field to check on his crops.
De boer liep over het veld om zijn gewassen te controleren.

motion

/ˈmoʊ.ʃən/

(noun) beweging, motie, voorstel;

(verb) gebaren, wenken

Voorbeeld:

The car came to a sudden stop, throwing us forward with the motion.
De auto stopte abrupt, waardoor we door de beweging naar voren werden geworpen.

motor

/ˈmoʊ.t̬ɚ/

(noun) motor;

(verb) rijden, met de auto gaan

Voorbeeld:

The car's motor seized up on the highway.
De motor van de auto sloeg vast op de snelweg.

monitor

/ˈmɑː.nə.t̬ɚ/

(noun) monitor, beeldscherm, varaan;

(verb) monitoren, bewaken

Voorbeeld:

The nurse checked the patient's vital signs on the monitor.
De verpleegster controleerde de vitale functies van de patiënt op de monitor.

rate

/reɪt/

(noun) tarief, snelheid, percentage;

(verb) beoordelen, schatten, inschatten

Voorbeeld:

The unemployment rate has decreased this quarter.
De werkloosheidsgraad is dit kwartaal gedaald.

weathering

/ˈweð.ɚ.ɪŋ/

(noun) verwering, doorstaan

Voorbeeld:

The ancient ruins showed signs of extensive weathering.
De oude ruïnes vertoonden tekenen van uitgebreide verwering.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland