Vocabulaireverzameling B2 - Wetenschappelijk gesproken! in Niveau B2: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'B2 - Wetenschappelijk gesproken!' in 'Niveau B2' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) biochemie
Voorbeeld:
(adjective) biologisch, natuurlijk
Voorbeeld:
(adjective) kunstmatig, synthetisch, geaffecteerd
Voorbeeld:
(plural noun) bacteriën;
(noun) bacterie (enkelvoud)
Voorbeeld:
(noun) bestaan, wezen, mens;
(verb) zijnde, worden
Voorbeeld:
(noun) cyclus, kringloop, fiets;
(verb) fietsen, cyclen, doorlopen
Voorbeeld:
(noun) DNA, essentie, aard
Voorbeeld:
(noun) genetica
Voorbeeld:
(verb) evolueren, zich ontwikkelen, ontwikkelen
Voorbeeld:
(noun) verbinding, mengsel, complex;
(verb) verergeren, versterken, samenstellen;
(adjective) samengesteld, complex
Voorbeeld:
(noun) element, onderdeel, scheikundig element
Voorbeeld:
(noun) materie, stof, zaak;
(verb) er toe doen, belangrijk zijn
Voorbeeld:
(noun) mineraal, voedingsstof;
(adjective) mineraal
Voorbeeld:
(noun) molecuul
Voorbeeld:
(noun) oplossing
Voorbeeld:
(noun) kookpunt, breekpunt
Voorbeeld:
(noun) vriespunt
Voorbeeld:
(noun) straling, emissie, uitstraling
Voorbeeld:
(noun) vooruitgang, opmars, voorschot;
(verb) vooruitgaan, vorderen, voorschieten;
(adjective) vooraf, voorlopig
Voorbeeld:
(verb) absorberen, opnemen, verwerken
Voorbeeld:
(verb) activeren, inschakelen, stimuleren
Voorbeeld:
(verb) genereren, produceren, creëren
Voorbeeld:
(noun) industrie, nijverheid, vlijt
Voorbeeld:
(noun) civiele techniek, bouwkunde
Voorbeeld:
(noun) blauwdruk, bouwplan, model;
(verb) blauwdrukken, ontwerpen
Voorbeeld:
(noun) motor, machine, locomotief
Voorbeeld:
(noun) sensor, voeler
Voorbeeld:
(noun) ronde, circuit, elektrisch circuit
Voorbeeld:
(noun) draad, afluisterapparaat, microfoon;
(verb) overmaken, bedraden, installeren
Voorbeeld:
(noun) veld, akker, gebied;
(verb) beantwoorden, afhandelen
Voorbeeld:
(noun) beweging, motie, voorstel;
(verb) gebaren, wenken
Voorbeeld:
(noun) motor;
(verb) rijden, met de auto gaan
Voorbeeld:
(noun) monitor, beeldscherm, varaan;
(verb) monitoren, bewaken
Voorbeeld:
(noun) tarief, snelheid, percentage;
(verb) beoordelen, schatten, inschatten
Voorbeeld:
(noun) verwering, doorstaan
Voorbeeld: