Avatar of Vocabulary Set B2 - Mijn Valentijn

Vocabulaireverzameling B2 - Mijn Valentijn in Niveau B2: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'B2 - Mijn Valentijn' in 'Niveau B2' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

adorable

/əˈdɔːr.ə.bəl/

(adjective) schattig, lief, aanbiddelijk

Voorbeeld:

The puppy was absolutely adorable.
De puppy was absoluut schattig.

beloved

/bɪˈlʌv.ɪd/

(adjective) geliefd, dierbaar;

(noun) geliefde, dierbare

Voorbeeld:

She held her beloved teddy bear close.
Ze hield haar geliefde teddybeer dichtbij.

committed

/kəˈmɪt̬.ɪd/

(adjective) toegewijd, gecommitteerd, gepleegd;

(verb) plegen, begaan, toewijden

Voorbeeld:

She is a highly committed teacher.
Zij is een zeer toegewijde lerares.

enchanted

/ɪnˈtʃæn.t̬ɪd/

(adjective) betoverd, behekst, verrukt

Voorbeeld:

The princess was enchanted by the wicked witch.
De prinses was betoverd door de boze heks.

hot

/hɑːt/

(adjective) heet, warm, pittig;

(adverb) heet, warm

Voorbeeld:

Be careful, the plate is very hot.
Wees voorzichtig, het bord is erg heet.

loved

/lʌvd/

(past tense) hield van, beminde;

(adjective) geliefd, bemind;

(past participle) geliefd, gehouden van

Voorbeeld:

He loved his family very much.
Hij hield heel veel van zijn familie.

loving

/ˈlʌv.ɪŋ/

(adjective) liefdevol, genegen

Voorbeeld:

She gave him a loving hug.
Ze gaf hem een liefdevolle knuffel.

lovesick

/ˈlʌv.sɪk/

(adjective) verliefd, liefdesziek

Voorbeeld:

He was so lovesick that he couldn't focus on his studies.
Hij was zo verliefd dat hij zich niet kon concentreren op zijn studie.

admirer

/ədˈmaɪr.ɚ/

(noun) bewonderaar, aanbidder

Voorbeeld:

She has many admirers of her artistic talent.
Ze heeft veel bewonderaars van haar artistieke talent.

better half

/ˈbet.ər ˌhæf/

(noun) betere helft, echtgenoot, echtgenote

Voorbeeld:

I'm going to ask my better half if she wants to join us for dinner.
Ik ga mijn betere helft vragen of ze met ons mee wil eten.

lovebirds

/ˈlʌv.bɝːdz/

(noun) tortelduifjes, verliefd stel, dwergpapegaai

Voorbeeld:

Look at those lovebirds, always holding hands.
Kijk die tortelduifjes, altijd hand in hand.

significant other

/sɪɡˈnɪf.ɪ.kənt ˈʌð.ər/

(noun) partner, levensgezel

Voorbeeld:

She introduced him to her significant other at the party.
Ze stelde hem voor aan haar partner op het feest.

anniversary

/ˌæn.əˈvɝː.sɚ.i/

(noun) jubileum, verjaardag

Voorbeeld:

Today marks the 50th anniversary of the company's founding.
Vandaag markeert de 50e verjaardag van de oprichting van het bedrijf.

bridegroom

/ˈbraɪd.ɡruːm/

(noun) bruidegom

Voorbeeld:

The bridegroom looked nervous as he waited for his bride.
De bruidegom zag er nerveus uit terwijl hij op zijn bruid wachtte.

propose

/prəˈpoʊz/

(verb) voorstellen, opperen, ten huwelijk vragen

Voorbeeld:

He proposed a new strategy for the company.
Hij stelde een nieuwe strategie voor het bedrijf voor.

proposal

/prəˈpoʊ.zəl/

(noun) voorstel, plan, huwelijksaanzoek

Voorbeeld:

The committee is reviewing the new budget proposal.
De commissie beoordeelt het nieuwe begrotingsvoorstel.

broken heart

/ˌbroʊkən ˈhɑːrt/

(noun) gebroken hart, liefdesverdriet

Voorbeeld:

After the breakup, she suffered from a broken heart for months.
Na de breuk leed ze maandenlang aan een gebroken hart.

date

/deɪt/

(noun) datum, afspraakje, date;

(verb) dateren, daten, uitgaan met

Voorbeeld:

What's the date today?
Wat is de datum vandaag?

eye candy

/ˈaɪ ˌkæn.di/

(noun) lust voor het oog, visueel aantrekkelijk

Voorbeeld:

The new sports car is pure eye candy.
De nieuwe sportwagen is pure lust voor het oog.

prince charming

/ˌprɪns ˈtʃɑːr.mɪŋ/

(noun) Droomprins

Voorbeeld:

Every girl dreams of her Prince Charming.
Elk meisje droomt van haar Droomprins.

love affair

/ˈlʌv əˌfer/

(noun) liefdesaffaire, affaire, passie

Voorbeeld:

He had a secret love affair with his colleague.
Hij had een geheime liefdesaffaire met zijn collega.

passion

/ˈpæʃ.ən/

(noun) passie, hartstocht, liefhebberij

Voorbeeld:

He spoke with great passion about his beliefs.
Hij sprak met grote passie over zijn overtuigingen.

puppy love

/ˈpʌp.i ˌlʌv/

(noun) puppy love, eerste liefde

Voorbeeld:

Their relationship was just puppy love; it didn't last long.
Hun relatie was slechts puppy love; het duurde niet lang.

valentine

/ˈvæl.ən.taɪn/

(noun) valentijn, valentijnskaart, geliefde

Voorbeeld:

He sent her a beautiful valentine with a poem inside.
Hij stuurde haar een mooie valentijn met een gedicht erin.

adore

/əˈdɔːr/

(verb) aanbidden, vereren, dol zijn op

Voorbeeld:

She truly adores her grandchildren.
Ze aanbidt haar kleinkinderen echt.

ask out

/æsk aʊt/

(phrasal verb) uitvragen, uitnodigen voor een date

Voorbeeld:

He finally gathered the courage to ask her out.
Hij verzamelde eindelijk de moed om haar uit te vragen.

fall in love

/fɔːl ɪn lʌv/

(idiom) verliefd worden, vallen voor

Voorbeeld:

They met at college and quickly fell in love.
Ze ontmoetten elkaar op de universiteit en werden snel verliefd.

go out

/ɡoʊ aʊt/

(phrasal verb) uitgaan, eruit gaan, doven

Voorbeeld:

Are you going out tonight?
Ga je vanavond uit?

hook up with

/hʊk ʌp wɪð/

(phrasal verb) aanpappen met, afspreken met, aansluiten

Voorbeeld:

He tried to hook up with her at the party.
Hij probeerde met haar aan te pappen op het feest.

woo

/wuː/

(verb) verleiden, het hof maken, winnen

Voorbeeld:

He tried to woo her with flowers and chocolates.
Hij probeerde haar te verleiden met bloemen en chocolaatjes.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland