Vocabulaireverzameling A1 - Voedsel 2 in Niveau A1: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'A1 - Voedsel 2' in 'Niveau A1' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) maaltijd, eten
Voorbeeld:
(noun) ontbijt;
(verb) ontbijten
Voorbeeld:
(noun) lunch, middagmaaltijd;
(verb) lunchen
Voorbeeld:
(noun) diner, avondeten
Voorbeeld:
(noun) graan, graangewas, ontbijtgranen
Voorbeeld:
(noun) koffie, koffiebonen
Voorbeeld:
(noun) cake, taart, koekje;
(verb) aankoeken, samenkoeken
Voorbeeld:
(noun) koekje, cookie
Voorbeeld:
(noun) brood, geld, poen;
(verb) paneren
Voorbeeld:
(noun) honing, schat, liefje;
(verb) overtuigen, verzachten
Voorbeeld:
(noun) jam, opstopping, file;
(verb) proppen, vastzetten, jammen
Voorbeeld:
(noun) sap, stroom, elektriciteit;
(verb) persen, sap maken
Voorbeeld:
(noun) cracker, zoutje, rotje
Voorbeeld:
(noun) ijs, roomijs
Voorbeeld:
(noun) snoep, lekkernij;
(verb) kandijeren, versuikeren
Voorbeeld:
(noun) drankje, drank, slok;
(verb) drinken, alcohol drinken
Voorbeeld:
(noun) water;
(verb) wateren, begieten
Voorbeeld:
(noun) cola
Voorbeeld:
(noun) Cola, Coca-Cola, cokes
Voorbeeld:
(noun) rijst;
(verb) rijst wassen, purere, fijnpersen
Voorbeeld:
(noun) soep
Voorbeeld:
(noun) salade
Voorbeeld:
(noun) burger, hamburger
Voorbeeld:
(noun) pizza
Voorbeeld:
(noun) broodje, sandwich;
(verb) wringen, inklemmen
Voorbeeld:
(noun) spaghetti, wirwar, knoop
Voorbeeld:
(noun) suiker, schatje, liefje;
(verb) suikeren, zoeten
Voorbeeld:
(noun) zout, chemische verbinding;
(verb) zouten, pekelen
Voorbeeld:
(noun) olie, olieverf;
(verb) oliën, smeren
Voorbeeld: