Vocabulaireverzameling A1 - Kleuren in Niveau A1: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'A1 - Kleuren' in 'Niveau A1' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(adjective) zwart, donkerhuidig, boos;
(noun) zwart, zwarte, persoon van Afrikaanse afkomst;
(verb) zwart maken, verzwarten
Voorbeeld:
(adjective) wit, blank;
(noun) wit, de kleur wit, blanken;
(verb) witten, bleken
Voorbeeld:
(adjective) blauw, somber, neerslachtig;
(noun) blauw, somberheid, neerslachtigheid
Voorbeeld:
(adjective) groen, milieuvriendelijk, onrijp;
(noun) groen, de kleur groen, grasveld;
(verb) groen worden, groen maken
Voorbeeld:
(noun) geel, gele kleurstof, geel pigment;
(adjective) geel, laf, bang;
(verb) vergelen, geel worden
Voorbeeld:
(adjective) rood, blozend;
(noun) rood, de kleur rood
Voorbeeld:
(adjective) roze;
(noun) roze, bloei, hoogtepunt
Voorbeeld:
(noun) sinaasappel;
(adjective) oranje
Voorbeeld:
(noun) paars;
(adjective) paars
Voorbeeld:
(adjective) grijs, saai, somber;
(verb) vergrijzen, grijs worden;
(noun) grijs
Voorbeeld:
(adjective) bruin;
(noun) bruin, bruine kleur;
(verb) bruinen, bakken
Voorbeeld:
(adjective) donker, sinister;
(noun) donker, duisternis
Voorbeeld:
(noun) licht, lamp, lichtbron;
(verb) aansteken, verlichten;
(adjective) licht
Voorbeeld:
(noun) kleur, pigment, verf;
(verb) kleuren, verven
Voorbeeld: