Vocabulaireverzameling A0 - Thuis in A0 - Woordenschat voor beginners: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'A0 - Thuis' in 'A0 - Woordenschat voor beginners' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) doos, kist, vak;
(verb) inpakken, verpakken, boksen
Voorbeeld:
(noun) klok, uurwerk;
(verb) klokken, meten
Voorbeeld:
(noun) kast, opbergkast
Voorbeeld:
(noun) slaapkamer
Voorbeeld:
(noun) badkamer, toilet
Voorbeeld:
(noun) hal, gang, zaal
Voorbeeld:
(noun) tuin;
(verb) tuinieren, beplanten
Voorbeeld:
(noun) spiegel, weerspiegeling;
(verb) spiegelen, weerspiegelen
Voorbeeld:
(noun) bad, badbeurt, badkuip;
(verb) baden, wassen
Voorbeeld:
(noun) bed, bedding, bodem;
(verb) naar bed brengen, te slapen leggen, planten
Voorbeeld:
(noun) boekenkast
Voorbeeld:
(noun) appartement, flat
Voorbeeld:
(noun) stoel, voorzitter, leider;
(verb) voorzitten, leiden
Voorbeeld:
(noun) deur, huis, gebouw
Voorbeeld:
(noun) bloem;
(verb) bloeien
Voorbeeld:
(noun) bank, sofa
Voorbeeld:
(noun) schilderen, verven, schilderij
Voorbeeld:
(noun) lamp;
(verb) slaan, rammen
Voorbeeld:
(noun) kleed, vloerkleed
Voorbeeld:
(noun) televisie, tv, televisietoestel
Voorbeeld:
(noun) speelgoed, speeltje, amusementsobject;
(verb) spelen met, overwegen
Voorbeeld:
(noun) dag, tijd, periode;
(adverb) dagelijks, overdag
Voorbeeld:
(noun) ochtend, morgen;
(exclamation) goedemorgen
Voorbeeld:
(noun) middag
Voorbeeld:
(noun) avond
Voorbeeld: