Betekenis van het woord whistling in het Nederlands
Wat betekent whistling in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland
whistling
US /ˈhwɪs.lɪŋ/
UK /ˈhwɪs.lɪŋ/
Zelfstandig Naamwoord
fluiten, gefluit
the act or sound of whistling
Voorbeeld:
•
The sound of whistling filled the air as he walked down the street.
Het geluid van fluiten vulde de lucht toen hij over straat liep.
•
Her cheerful whistling always brightened my day.
Haar vrolijke fluiten vrolijkte mijn dag altijd op.
Bijvoeglijk Naamwoord
fluitend
making a whistling sound
Voorbeeld:
•
The wind made a low, whistling sound through the trees.
De wind maakte een laag, fluitend geluid door de bomen.
•
He heard a faint whistling noise from the old pipes.
Hij hoorde een zwak fluitend geluid uit de oude leidingen.
Gerelateerd Woord: