Betekenis van het woord travelling in het Nederlands
Wat betekent travelling in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland
travelling
US /ˈtræv.əl.ɪŋ/
UK /ˈtræv.əl.ɪŋ/
Zelfstandig Naamwoord
reizen, het reizen
the action of going from one place to another, typically over a distance
Voorbeeld:
•
I enjoy travelling to new countries.
Ik geniet van reizen naar nieuwe landen.
•
Travelling can broaden your horizons.
Reizen kan je horizon verbreden.
Bijvoeglijk Naamwoord
reizend, rondtrekkend
moving from place to place; itinerant
Voorbeeld:
•
He's a travelling salesman.
Hij is een reizende verkoper.
•
The circus is a travelling show.
Het circus is een reizende show.