Betekenis van het woord pip in het Nederlands
Wat betekent pip in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland
pip
US /pɪp/
UK /pɪp/
Zelfstandig Naamwoord
1.
2.
stip, oog
a small spot on a playing card, domino, or dice
Voorbeeld:
•
The domino had six pips on one end and three on the other.
De domino had zes stippen aan het ene uiteinde en drie aan het andere.
•
The ace of spades has one large pip.
De schoppenaas heeft één grote stip.
3.
piep, signaal
a short, high-pitched sound, such as from an electronic device or a bird
Voorbeeld:
•
The microwave gave a final pip to signal it was done.
De magnetron gaf een laatste piep om aan te geven dat hij klaar was.
•
We heard the faint pip of a bird in the distance.
We hoorden het zwakke piepje van een vogel in de verte.