Betekenis van het woord "on the run" in het Nederlands
Wat betekent "on the run" in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland
on the run
US /ɑn ðə rʌn/
UK /ɒn ðə rʌn/
Idioom
1.
op de vlucht, ondergedoken
trying to avoid being captured or arrested
Voorbeeld:
•
The suspect has been on the run for three days.
De verdachte is al drie dagen op de vlucht.
•
After the bank robbery, the criminals were on the run.
Na de bankoverval waren de criminelen op de vlucht.
2.
bezig, druk
very busy; constantly moving or working
Voorbeeld:
•
I've been on the run all day, barely had time to eat.
Ik ben de hele dag bezig geweest, had nauwelijks tijd om te eten.
•
With three kids and a full-time job, she's always on the run.
Met drie kinderen en een fulltime baan is ze altijd bezig.