Betekenis van het woord counting in het Nederlands
Wat betekent counting in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland
counting
US /ˈkaʊn.tɪŋ/
UK /ˈkaʊn.tɪŋ/
Zelfstandig Naamwoord
tellen, optellen
the action of finding the total number of items in a group
Voorbeeld:
•
The teacher taught the children basic counting.
De leraar leerde de kinderen basis tellen.
•
He's good at mental counting.
Hij is goed in mentaal tellen.
Bijvoeglijk Naamwoord
meegerekend, inbegrepen
used to indicate that something is included or considered
Voorbeeld:
•
There were ten people, not counting the children.
Er waren tien mensen, de kinderen niet meegerekend.
•
Every day is a blessing, counting the good and the bad.
Elke dag is een zegen, het goede en het slechte meegerekend.