Betekenis van het woord "arm with" in het Nederlands
Wat betekent "arm with" in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland
arm with
US /ɑːrm wɪð/
UK /ɑːm wɪð/
Frasaal Werkwoord
1.
bewapenen met, uitrusten met
to provide someone or something with weapons or equipment
Voorbeeld:
•
The soldiers were armed with rifles and grenades.
De soldaten waren bewapend met geweren en granaten.
•
The police officer was armed with a pistol and a taser.
De politieagent was bewapend met een pistool en een taser.
2.
voorzien van, uitrusten met
to provide someone with information or knowledge
Voorbeeld:
•
The lawyer was armed with all the facts before the trial.
De advocaat was gewapend met alle feiten voor de rechtszaak.
•
We need to arm our students with critical thinking skills.
We moeten onze studenten uitrusten met kritisch denkvermogen.
Gerelateerd Woord: