Avatar of Vocabulary Set Huidverzorgingsproducten

Vocabulaireverzameling Huidverzorgingsproducten in Persoonlijke verzorging: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Huidverzorgingsproducten' in 'Persoonlijke verzorging' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

cream

/kriːm/

(noun) room, slagroom, crème;

(verb) kloppen, purere;

(adjective) crèmekleurig, roomkleurig

Voorbeeld:

She poured cream into her coffee.
Ze schonk room in haar koffie.

hand lotion

/ˈhænd ˌloʊ.ʃən/

(noun) handlotion, handcrème

Voorbeeld:

She always carries hand lotion in her purse.
Ze heeft altijd handlotion in haar tas.

moisturizer

/ˈmɔɪs.tʃɚ.aɪ.zɚ/

(noun) vochtinbrengende crème, hydraterende crème

Voorbeeld:

She applies moisturizer every morning to keep her skin soft.
Ze brengt elke ochtend vochtinbrengende crème aan om haar huid zacht te houden.

emollient

/ɪˈmɑː.li.ənt/

(noun) verzachtend middel, emolliens;

(adjective) verzachtend, emollient

Voorbeeld:

She applied an emollient cream to her dry hands.
Ze bracht een verzachtende crème aan op haar droge handen.

face mask

/ˈfeɪs mæsk/

(noun) gezichtsmasker, mondkapje, masker

Voorbeeld:

During the pandemic, wearing a face mask became mandatory in public places.
Tijdens de pandemie werd het dragen van een gezichtsmasker verplicht op openbare plaatsen.

scrub

/skrʌb/

(verb) schrobben, boenen, schrappen;

(noun) schrobbeurt, boenbeurt, struikgewas;

(adjective) onbelangrijk, minderwaardig

Voorbeeld:

She had to scrub the floor until it shone.
Ze moest de vloer schrobben tot hij glom.

perfume

/ˈpɝː.fjuːm/

(noun) parfum, reukwater;

(verb) parfumeren, geuren

Voorbeeld:

She sprayed a little perfume on her wrist.
Ze spoot een beetje parfum op haar pols.

scent

/sent/

(noun) geur, parfum, spoor;

(verb) ruiken, bespeuren, parfumeren

Voorbeeld:

The delicate scent of roses filled the air.
De delicate geur van rozen vulde de lucht.

cologne

/kəˈloʊn/

(noun) eau de cologne, herenparfum, Keulen (stad in Duitsland)

Voorbeeld:

He applied a splash of cologne before leaving for the party.
Hij deed een scheutje eau de cologne op voordat hij naar het feest ging.

toilet water

/ˈtɔɪ.lət ˌwɑː.tər/

(noun) eau de toilette, toiletwater

Voorbeeld:

She dabbed a little toilet water behind her ears.
Ze depte een beetje eau de toilette achter haar oren.

fragrance

/ˈfreɪ.ɡrəns/

(noun) geur, parfum, geurtje

Voorbeeld:

The fragrance of roses filled the air.
De geur van rozen vulde de lucht.

rose water

/ˈroʊz ˌwɑː.tər/

(noun) rozenwater

Voorbeeld:

She added a few drops of rose water to the dessert for a delicate floral flavor.
Ze voegde een paar druppels rozenwater toe aan het dessert voor een delicate bloemige smaak.

myrrh

/mɝː/

(noun) mirre

Voorbeeld:

The wise men brought gifts of gold, frankincense, and myrrh.
De wijzen brachten geschenken van goud, wierook en mirre.

Eau de Cologne

/ˌoʊ də kəˈloʊn/

(noun) Eau de Cologne, reukwater

Voorbeeld:

He splashed on some Eau de Cologne before leaving the house.
Hij sprenkelde wat Eau de Cologne op voordat hij het huis verliet.

aloe vera

/ˈæl.oʊ ˈvɪr.ə/

(noun) aloë vera

Voorbeeld:

She applied aloe vera gel to her sunburn.
Ze smeerde aloë vera gel op haar zonnebrand.

antiperspirant

/ˌæn.t̬iˈpɝː.spɚ.ənt/

(noun) anti-transpirant

Voorbeeld:

She applied antiperspirant before her workout.
Ze bracht anti-transpirant aan voor haar training.

balm

/bɑːm/

(noun) balsem, zalf, troost

Voorbeeld:

She applied a soothing balm to her chapped lips.
Ze bracht een verzachtende balsem aan op haar schrale lippen.

calamine lotion

/ˈkæl.ə.maɪn ˈloʊ.ʃən/

(noun) calamine lotion

Voorbeeld:

She applied calamine lotion to the mosquito bites to stop the itching.
Ze bracht calamine lotion aan op de muggenbeten om de jeuk te stoppen.

cleanser

/ˈklen.zɚ/

(noun) reiniger, reinigingsmiddel, schoonmaakmiddel

Voorbeeld:

She uses a gentle facial cleanser every morning.
Ze gebruikt elke ochtend een milde gezichtsreiniger.

cold cream

/ˈkoʊld kriːm/

(noun) cold cream, reinigingscrème

Voorbeeld:

She applied cold cream to remove her makeup.
Ze bracht cold cream aan om haar make-up te verwijderen.

deodorant

/diˈoʊ.dɚ.ənt/

(noun) deodorant

Voorbeeld:

She applied deodorant before leaving for work.
Ze deed deodorant op voordat ze naar haar werk ging.

exfoliant

/eksˈfoʊ.li.ənt/

(noun) exfoliant, scrub

Voorbeeld:

She uses a gentle facial exfoliant twice a week.
Ze gebruikt twee keer per week een milde gezichtsexfoliant.

face cream

/ˈfeɪs kriːm/

(noun) gezichtscrème

Voorbeeld:

She applies face cream every morning and night.
Ze brengt elke ochtend en avond gezichtscrème aan.

face pack

/ˈfeɪs pæk/

(noun) gezichtsmasker, gezichtspakking

Voorbeeld:

She applied a soothing cucumber face pack before bed.
Ze bracht voor het slapengaan een kalmerend komkommer gezichtsmasker aan.

formulation

/ˌfɔːr.mjəˈleɪ.ʃən/

(noun) formulering, opstelling, samenstelling

Voorbeeld:

The formulation of a new policy will take several months.
De formulering van een nieuw beleid zal enkele maanden duren.

lanolin

/ˈlæn.ə.lɪn/

(noun) lanoline, wolvet

Voorbeeld:

Many skin creams contain lanolin for its moisturizing properties.
Veel huidcrèmes bevatten lanoline vanwege de hydraterende eigenschappen.

lotion

/ˈloʊ.ʃən/

(noun) lotion, balsem

Voorbeeld:

She applied moisturizing lotion to her dry skin.
Ze bracht hydraterende lotion aan op haar droge huid.

mask

/mæsk/

(noun) masker, gezichtsmasker;

(verb) maskeren, verbergen

Voorbeeld:

She wore a decorative mask to the masquerade ball.
Ze droeg een decoratief masker naar het gemaskerde bal.

oil

/ɔɪl/

(noun) olie, olieverf;

(verb) oliën, smeren

Voorbeeld:

The car needs an oil change.
De auto heeft een olieverversing nodig.

ointment

/ˈɔɪnt.mənt/

(noun) zalf, crème

Voorbeeld:

Apply the ointment to the affected area twice a day.
Breng de zalf tweemaal daags aan op het getroffen gebied.

petroleum jelly

/pəˈtroʊ.li.əm ˌdʒel.i/

(noun) vaseline

Voorbeeld:

She applied petroleum jelly to her dry lips.
Ze smeerde vaseline op haar droge lippen.

roll-on

/ˈroʊl.ɑːn/

(noun) roller, roll-on deodorant

Voorbeeld:

She prefers a roll-on deodorant for daily use.
Ze geeft de voorkeur aan een roller deodorant voor dagelijks gebruik.

salve

/sæv/

(noun) zalf, balsem, troost;

(verb) verzachten, sussen, genezen

Voorbeeld:

She applied a soothing salve to the burn.
Ze bracht een verzachtende zalf aan op de brandwond.

sunblock

/ˈsʌn.blɑːk/

(noun) zonnebrandcrème, zonnebrand

Voorbeeld:

Don't forget to apply sunblock before going to the beach.
Vergeet niet zonnebrandcrème aan te brengen voordat je naar het strand gaat.

sunscreen

/ˈsʌn.skriːn/

(noun) zonnebrandcrème, zonnebrandmiddel

Voorbeeld:

Don't forget to apply sunscreen before going to the beach.
Vergeet niet zonnebrandcrème aan te brengen voordat je naar het strand gaat.

toner

/ˈtoʊ.nɚ/

(noun) toner, gezichtstonic

Voorbeeld:

The printer is out of toner.
De printer is zonder toner.

unguent

/ˈʌŋ.ɡju.ɡwənt/

(noun) zalf, pommade

Voorbeeld:

The nurse applied a soothing unguent to the patient's rash.
De verpleegster bracht een verzachtende zalf aan op de uitslag van de patiënt.

vaseline

/ˈvæs.ə.liːn/

(trademark) Vaseline;

(noun) vaseline

Voorbeeld:

She applied Vaseline to her dry lips.
Ze smeerde Vaseline op haar droge lippen.

wash

/wɑːʃ/

(verb) wassen, reinigen, wasbaar zijn;

(noun) wasbeurt, wassen, laag

Voorbeeld:

Please wash your hands before dinner.
Gelieve uw handen te wassen voor het avondeten.

sleep mask

/ˈsliːp mæsk/

(noun) slaapmasker

Voorbeeld:

She always travels with a sleep mask to ensure she can rest on the plane.
Ze reist altijd met een slaapmasker om ervoor te zorgen dat ze kan rusten in het vliegtuig.

eye mask

/ˈaɪ mæsk/

(noun) oogmasker, slaapmasker

Voorbeeld:

She put on her silk eye mask before going to sleep.
Ze deed haar zijden oogmasker op voordat ze ging slapen.

make up

/ˈmeɪk ʌp/

(phrasal verb) verzinnen, bedenken, het bijleggen;

(noun) make-up, cosmetica

Voorbeeld:

He tried to make up a story about why he was late.
Hij probeerde een verhaal te verzinnen over waarom hij te laat was.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland