Avatar of Vocabulary Set Babyverzorgingsproducten

Vocabulaireverzameling Babyverzorgingsproducten in Persoonlijke verzorging: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Babyverzorgingsproducten' in 'Persoonlijke verzorging' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

baby wipe

/ˈbeɪ.bi ˌwaɪp/

(noun) babydoekje, vochtig doekje

Voorbeeld:

Don't forget to pack the baby wipes for the trip.
Vergeet de babydoekjes niet in te pakken voor de reis.

wet wipe

/ˈwet waɪp/

(noun) vochtig doekje, babydoekje

Voorbeeld:

Please use a wet wipe to clean up that spill.
Gebruik alstublieft een vochtig doekje om die gemorste vloeistof op te ruimen.

baby monitor

/ˈbeɪ.bi ˌmɑː.nɪ.t̬ɚ/

(noun) babyfoon

Voorbeeld:

We bought a new baby monitor for the nursery.
We kochten een nieuwe babyfoon voor de kinderkamer.

baby buggy

/ˈbeɪ.bi ˌbʌɡ.i/

(noun) kinderwagen, buggy

Voorbeeld:

She pushed the baby in the baby buggy through the park.
Ze duwde de baby in de kinderwagen door het park.

baby carriage

/ˈbeɪ.bi ˌkær.ɪdʒ/

(noun) kinderwagen

Voorbeeld:

She pushed the baby carriage down the park path.
Ze duwde de kinderwagen over het pad in het park.

baby walker

/ˈbeɪ.bi ˌwɑː.kər/

(noun) babywalker, loopstoeltje

Voorbeeld:

We bought a new baby walker for our son.
We kochten een nieuwe babywalker voor onze zoon.

nipple

/ˈnɪp.əl/

(noun) tepel, nippel, speen

Voorbeeld:

The baby latched onto the mother's nipple.
De baby pakte de tepel van de moeder.

stroller

/ˈstroʊ.lɚ/

(noun) kinderwagen, buggy

Voorbeeld:

She pushed the baby in the stroller through the park.
Ze duwde de baby in de kinderwagen door het park.

rattle

/ˈræt̬.əl/

(verb) rammelen, klapperen, van streek maken;

(noun) gerammel, rammelaar

Voorbeeld:

The windows rattled in the strong wind.
De ramen rammelden in de harde wind.

pushchair

/ˈpʊʃ.tʃer/

(noun) buggy, kinderwagen

Voorbeeld:

She put the baby in the pushchair and went for a walk.
Ze zette de baby in de buggy en ging wandelen.

pram

/præm/

(noun) kinderwagen

Voorbeeld:

She pushed the baby in the pram through the park.
Ze duwde de baby in de kinderwagen door het park.

papoose

/pæpˈuːs/

(noun) papoose, draagzak, indiaans kind (beledigend)

Voorbeeld:

The mother carried her baby in a traditional papoose.
De moeder droeg haar baby in een traditionele papoose.

pacifier

/ˈpæs.ə.faɪ.ɚ/

(noun) speen, fopspeen

Voorbeeld:

The baby stopped crying as soon as she got her pacifier.
De baby stopte met huilen zodra ze haar speen kreeg.

nappy

/ˈnæp.i/

(noun) luier;

(adjective) kroes, kroezig

Voorbeeld:

It's time to change the baby's nappy.
Het is tijd om de luier van de baby te verschonen.

diaper

/ˈdaɪ.pɚ/

(noun) luier;

(verb) verschonen, een luier omdoen

Voorbeeld:

It's time to change the baby's diaper.
Het is tijd om de luier van de baby te verschonen.

feeding bottle

/ˈfiːdɪŋ ˌbɑːtl/

(noun) zuigfles, babyfles

Voorbeeld:

She sterilized the feeding bottle before preparing the formula.
Ze steriliseerde de zuigfles voordat ze de flesvoeding klaarmaakte.

bottle

/ˈbɑː.t̬əl/

(noun) fles;

(verb) in flessen doen, bottelen, opgeven

Voorbeeld:

Please pass me the water bottle.
Geef me alsjeblieft de waterfles.

high chair

/ˈhaɪ ˌtʃer/

(noun) kinderstoel

Voorbeeld:

We bought a new high chair for the baby.
We kochten een nieuwe kinderstoel voor de baby.

crib

/krɪb/

(noun) wieg, ledikant, woning;

(verb) spieken, afkijken

Voorbeeld:

The baby slept soundly in her crib.
De baby sliep diep in haar wiegje.

bassinet

/bæs.əˈnet/

(noun) wieg, babymand

Voorbeeld:

The newborn slept peacefully in the bassinet.
De pasgeborene sliep vredig in de wieg.

nightlight

/ˈnaɪt.laɪt/

(noun) nachtlampje

Voorbeeld:

She turned on the nightlight for her daughter.
Ze deed het nachtlampje aan voor haar dochter.

mobile

/ˈmoʊ.bəl/

(adjective) mobiel, beweeglijk;

(noun) mobiel, gsm, hangdecoratie

Voorbeeld:

She has a very mobile face.
Ze heeft een zeer beweeglijk gezicht.

nursery rhyme

/ˈnɜːrsəri raɪm/

(noun) kinderliedje, rijmpje

Voorbeeld:

My daughter loves to sing the nursery rhyme 'Twinkle, Twinkle, Little Star'.
Mijn dochter zingt graag het kinderliedje 'Twinkle, Twinkle, Little Star'.

formula

/ˈfɔːr.mjə.lə/

(noun) formule, rekenregel, recept

Voorbeeld:

The formula for the area of a circle is πr².
De formule voor de oppervlakte van een cirkel is πr².

toy

/tɔɪ/

(noun) speelgoed, speeltje, amusementsobject;

(verb) spelen met, overwegen

Voorbeeld:

The child played with a wooden toy car.
Het kind speelde met een houten speelgoedauto.

bib

/bɪb/

(noun) slab, slabbetje, borstlap;

(verb) drinken, alcohol drinken

Voorbeeld:

The baby wore a colorful bib during mealtime.
De baby droeg een kleurrijke slab tijdens het eten.

thermometer

/θɚˈmɑː.mə.t̬ɚ/

(noun) thermometer

Voorbeeld:

The nurse used a thermometer to check the patient's temperature.
De verpleegster gebruikte een thermometer om de temperatuur van de patiënt te controleren.

stuffed animal

/ˌstʌft ˈæn.ɪ.məl/

(noun) knuffeldier, knuffel

Voorbeeld:

She hugged her favorite teddy bear, a soft stuffed animal.
Ze knuffelde haar favoriete teddybeer, een zacht knuffeldier.

cradle

/ˈkreɪ.dəl/

(noun) wieg, ledikant, bakermat;

(verb) wiegen, koesteren

Voorbeeld:

The baby slept peacefully in its cradle.
De baby sliep vredig in zijn wieg.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland