Vocabulaireverzameling Badkamer in Huis en Tuin: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Badkamer' in 'Huis en Tuin' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) wastafel, wasmeubel
Voorbeeld:
(noun) toilet, wc
Voorbeeld:
(noun) toiletpot, wc-pot
Voorbeeld:
(noun) badhanddoek
Voorbeeld:
(noun) EHBO-doos, verbanddoos
Voorbeeld:
(noun) schaal, omvang, schub;
(verb) beklimmen, bestijgen, schubben
Voorbeeld:
(noun) badjas
Voorbeeld:
(noun) bubbelbad, schuimbad
Voorbeeld:
(noun) wastafel, kom, bekken
Voorbeeld:
(noun) bidet
Voorbeeld:
(noun) wastafel, lavabo
Voorbeeld:
(verb) blozen, rood worden, doorspoelen;
(noun) blos, roodheid, stroom;
(adjective) gelijk, vlak
Voorbeeld:
(noun) cisterne, regenbak, spoelbak
Voorbeeld:
(noun) rolhanddoek
Voorbeeld:
(noun) wc-rol, toiletrol
Voorbeeld:
(noun) vlotterkraan, ballcock
Voorbeeld:
(noun) loofah, luffa
Voorbeeld:
(noun) handdoek;
(verb) afdrogen, drogen met een handdoek
Voorbeeld:
(noun) kuip, bad, bak
Voorbeeld:
(verb) afvoeren, leegpompen, aftappen;
(noun) afvoer, goot, riool
Voorbeeld:
(noun) douche, douchebeurt, bui;
(verb) douchen, neerregenen, overladen
Voorbeeld:
(noun) douchekop
Voorbeeld: