Avatar of Vocabulary Set Communicatieapparatuur

Vocabulaireverzameling Communicatieapparatuur in Communicatie: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Communicatieapparatuur' in 'Communicatie' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

answering machine

/ˈæn.sər.ɪŋ ˌməˈʃiːn/

(noun) antwoordapparaat

Voorbeeld:

Please leave a message after the beep on the answering machine.
Laat alstublieft een bericht achter na de piep op het antwoordapparaat.

beeper

/ˈbiː.pɚ/

(noun) pieper, pager

Voorbeeld:

The doctor carried a beeper for emergencies.
De dokter droeg een pieper voor noodgevallen.

car phone

/ˈkɑːr foʊn/

(noun) autotelefoon

Voorbeeld:

Before smartphones, many business people had a car phone installed.
Vóór smartphones hadden veel zakenmensen een autotelefoon geïnstalleerd.

cell phone

/ˈsel foʊn/

(noun) mobiele telefoon, gsm

Voorbeeld:

I left my cell phone at home.
Ik heb mijn mobiele telefoon thuis laten liggen.

communication

/kəˌmjuː.nəˈkeɪ.ʃən/

(noun) communicatie, uitwisseling, mededeling

Voorbeeld:

Effective communication is key to a successful team.
Effectieve communicatie is de sleutel tot een succesvol team.

cradle

/ˈkreɪ.dəl/

(noun) wieg, ledikant, bakermat;

(verb) wiegen, koesteren

Voorbeeld:

The baby slept peacefully in its cradle.
De baby sliep vredig in zijn wieg.

earpiece

/ˈɪr.piːs/

(noun) oortje, oordopje

Voorbeeld:

The security guard wore an earpiece to communicate with his team.
De bewaker droeg een oortje om met zijn team te communiceren.

extension

/ɪkˈsten.ʃən/

(noun) verlenging, uitbreiding, aanbouw

Voorbeeld:

The company announced an extension of its warranty period.
Het bedrijf kondigde een verlenging van de garantieperiode aan.

fax

/fæks/

(noun) fax, faxapparaat;

(verb) faxen

Voorbeeld:

Please send the report by fax.
Stuur het rapport alstublieft per fax.

handset

/ˈhænd.set/

(noun) hoorn, telefoonhoorn, mobiele telefoon

Voorbeeld:

She picked up the handset and dialed the number.
Ze pakte de hoorn op en draaide het nummer.

intercom

/ˈɪn.t̬ɚ.kɑːm/

(noun) intercom, huistelefoon

Voorbeeld:

Please use the intercom to announce visitors.
Gebruik alstublieft de intercom om bezoekers aan te kondigen.

keypad

/ˈkiː.pæd/

(noun) toetsenbord, numeriek toetsenbord

Voorbeeld:

He pressed the numbers on the keypad to unlock the door.
Hij drukte de cijfers op het toetsenbord in om de deur te ontgrendelen.

mobile

/ˈmoʊ.bəl/

(adjective) mobiel, beweeglijk;

(noun) mobiel, gsm, hangdecoratie

Voorbeeld:

She has a very mobile face.
Ze heeft een zeer beweeglijk gezicht.

mobile phone

/ˈmoʊ.bəl foʊn/

(noun) mobiele telefoon, gsm

Voorbeeld:

I left my mobile phone at home.
Ik heb mijn mobiele telefoon thuis laten liggen.

mouthpiece

/ˈmaʊθ.piːs/

(noun) spreekbuis, woordvoerder, mondstuk

Voorbeeld:

The newspaper became a mouthpiece for the government.
De krant werd een spreekbuis voor de regering.

pager

/ˈpeɪ.dʒɚ/

(noun) pieper, pager

Voorbeeld:

He carried a pager so he could be reached at all times.
Hij droeg een pieper zodat hij altijd bereikbaar was.

payphone

/ˈpeɪ.foʊn/

(noun) telefooncel, openbare telefoon

Voorbeeld:

I had to use a payphone because my cell phone battery died.
Ik moest een telefooncel gebruiken omdat de batterij van mijn mobiele telefoon leeg was.

phone

/foʊn/

(noun) telefoon;

(verb) bellen, telefoneren

Voorbeeld:

Can I use your phone to make a quick call?
Mag ik je telefoon gebruiken om snel te bellen?

receiver

/rɪˈsiː.vɚ/

(noun) ontvanger, hoorn, receiver

Voorbeeld:

The receiver of the gift was very happy.
De ontvanger van het cadeau was erg blij.

smartphone

/ˈsmɑːrt.foʊn/

(noun) smartphone

Voorbeeld:

She uses her smartphone for everything, from checking emails to navigating.
Ze gebruikt haar smartphone voor alles, van e-mails controleren tot navigeren.

speakerphone

/ˈspiː.kɚ.foʊn/

(noun) luidspreker, speakerphone

Voorbeeld:

Put the call on speakerphone so everyone can hear.
Zet het gesprek op de luidspreker zodat iedereen het kan horen.

switchboard

/ˈswɪtʃ.bɔːrd/

(noun) schakelbord, telefooncentrale

Voorbeeld:

The old office still uses a manual switchboard.
Het oude kantoor gebruikt nog steeds een handmatig schakelbord.

telegraph

/ˈtel.ə.ɡræf/

(noun) telegraaf;

(verb) telegraferen, verraden, aankondigen

Voorbeeld:

The news was sent by telegraph.
Het nieuws werd per telegraaf verzonden.

teletypewriter

/ˈtel.ɪ.taɪpˌraɪ.tər/

(noun) teletypewriter, telex

Voorbeeld:

Before email, many businesses relied on a teletypewriter for rapid communication.
Vóór e-mail vertrouwden veel bedrijven op een teletypewriter voor snelle communicatie.

videophone

/ˈvɪd.i.oʊ.foʊn/

(noun) videofoon, beeldtelefoon

Voorbeeld:

They used a videophone to talk to their relatives overseas.
Ze gebruikten een videofoon om met hun familie overzee te praten.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland