Vocabulaireverzameling Schoeisel in Kleding en Mode: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Schoeisel' in 'Kleding en Mode' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) mocassin, watermocassin, katoenmondslang
Voorbeeld:
(noun) cowboylaars
Voorbeeld:
(trademark) Dr. Martens, Dr. Martens laarzen
Voorbeeld:
(noun) luilak, lanterfanter, instapper
Voorbeeld:
(noun) pomp, pump, decolleté;
(verb) pompen, oppompen, op en neer bewegen
Voorbeeld:
(noun) slingback, sandaal met hielband
Voorbeeld:
(noun) muilezel, muiltje, slipper
Voorbeeld:
(noun) sneaker, sportschoen
Voorbeeld:
(noun) zwemvlies, vin, zwemvliezen
Voorbeeld:
(noun) brogue, perforatieschoen, accent
Voorbeeld:
(noun) rolschaats, rolschaatsen;
(verb) rolschaatsen
Voorbeeld:
(noun) sandaal
Voorbeeld:
(plural noun) hoge hakken, naaldhakken
Voorbeeld:
(noun) sportschoen, atletische schoen
Voorbeeld:
(plural noun) hiel, hak
Voorbeeld:
(noun) rollerblade, inline skate;
(verb) rollerbladen, inline skaten
Voorbeeld:
(noun) platform, perron, programma
Voorbeeld:
(noun) pantoffel, sloffen
Voorbeeld:
(noun) tennisschoen, sportschoen
Voorbeeld:
(noun) trainer, coach, sneaker
Voorbeeld:
(noun) veter, riem, bandje
Voorbeeld:
(noun) rubberlaars, regenlaars
Voorbeeld:
(noun) sneeuwschoen;
(verb) sneeuwschoenwandelen
Voorbeeld:
(noun) naaldhak, stilettohak, stiletto
Voorbeeld:
(noun) laars, kofferbak;
(verb) schoppen, eruit gooien, opstarten
Voorbeeld:
(noun) desert boot, woestijnlaars
Voorbeeld:
(noun) regenlaars, regenlaarzen
Voorbeeld:
(plural noun) noppen, klampen
Voorbeeld:
(noun) chukka boot
Voorbeeld:
(noun) schaats, ijsschaats;
(verb) schaatsen
Voorbeeld:
(noun) legerlaars, knielaarzen, onderdrukking
Voorbeeld:
(noun) atletiekschoen, spikes
Voorbeeld:
(plural noun) waadpak, waadlaarzen
Voorbeeld:
(noun) klomp;
(verb) verstoppen, blokkeren
Voorbeeld:
(noun) derby, paardenrace, stadsderby
Voorbeeld:
(noun) slipper, teenslipper, draai;
(verb) draaien, van mening veranderen
Voorbeeld:
(noun) wandelschoen, bergschoen
Voorbeeld:
(noun) regenlaars, rubberlaars
Voorbeeld:
(noun) enkelband, voetband, enkelsokken
Voorbeeld:
(noun) schoenen, sneakers, plezier;
(verb) schoppen, trappen, afkicken
Voorbeeld: