Avatar of Vocabulary Set Hondensoorten

Vocabulaireverzameling Hondensoorten in Dieren: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Hondensoorten' in 'Dieren' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

assistance dog

/əˈsɪs.təns dɔːɡ/

(noun) hulphond, assistentiehond

Voorbeeld:

An assistance dog can provide invaluable support to people with visual impairments.
Een hulphond kan van onschatbare waarde zijn voor mensen met een visuele beperking.

detection dog

/dɪˈtek.ʃən dɔːɡ/

(noun) detectiehond, speurhond

Voorbeeld:

The police used a detection dog to sniff out the hidden contraband.
De politie gebruikte een detectiehond om de verborgen contrabande op te sporen.

hound

/haʊnd/

(noun) jachthond, hond;

(verb) achtervolgen, lastigvallen, opjagen

Voorbeeld:

The hunter released his hounds to track the deer.
De jager liet zijn jachthonden los om het hert te volgen.

cur

/kɝː/

(noun) bastaardhond, straathond, schoft

Voorbeeld:

The old farmer's faithful cur followed him everywhere.
De trouwe bastaardhond van de oude boer volgde hem overal.

sheepdog

/ˈʃiːp.dɑːɡ/

(noun) schapenhoeder, herdershond

Voorbeeld:

The clever sheepdog quickly gathered the scattered flock.
De slimme schapenhoeder verzamelde snel de verspreide kudde.

bird dog

/ˈbɜːrd dɔːɡ/

(noun) vogelhond, speurder, talentscout;

(verb) zoeken, opsporen

Voorbeeld:

The hunter's bird dog expertly flushed out the pheasants.
De vogelhond van de jager joeg de fazanten vakkundig op.

attack dog

/əˈtæk dɔːɡ/

(noun) aanvalshond, waakhond, agressieve criticus

Voorbeeld:

The security guard had an attack dog with him.
De bewaker had een aanvalshond bij zich.

hearing dog

/ˈhɪrɪŋ dɔɡ/

(noun) hulphond voor doven, gehoorhond

Voorbeeld:

My friend relies on her hearing dog to let her know when someone is at the door.
Mijn vriendin vertrouwt op haar hulphond voor doven om haar te laten weten wanneer er iemand aan de deur is.

gun dog

/ˈɡʌn dɔːɡ/

(noun) jachthond

Voorbeeld:

The Labrador is a popular breed of gun dog.
De Labrador is een populair ras van jachthonden.

police dog

/pəˈliːs dɔːɡ/

(noun) politiehond

Voorbeeld:

The police dog quickly found the missing child.
De politiehond vond snel het vermiste kind.

retriever

/rɪˈtriː.vɚ/

(noun) retriever, apporthond

Voorbeeld:

Our golden retriever loves to play fetch in the park.
Onze golden retriever speelt graag apporteren in het park.

guide dog

/ˈɡaɪd dɔːɡ/

(noun) geleidehond

Voorbeeld:

The blind man relied on his guide dog to navigate the busy street.
De blinde man vertrouwde op zijn geleidehond om door de drukke straat te navigeren.

lapdog

/ˈlæp.dɑːɡ/

(noun) schoothondje, jaknikker

Voorbeeld:

She cuddled her tiny lapdog on the sofa.
Ze knuffelde haar kleine schoothondje op de bank.

tracking dog

/ˈtrækɪŋ dɔːɡ/

(noun) speurhond, trackinghond

Voorbeeld:

The police used a tracking dog to find the missing hiker.
De politie gebruikte een speurhond om de vermiste wandelaar te vinden.

running dog

/ˈrʌnɪŋ dɔːɡ/

(noun) loopjongen, handlanger

Voorbeeld:

He was accused of being a running dog for the foreign powers.
Hij werd ervan beschuldigd een loopjongen te zijn voor de buitenlandse machten.

guard dog

/ˈɡɑːrd dɔːɡ/

(noun) waakhond

Voorbeeld:

The factory employed a large guard dog to deter intruders.
De fabriek gebruikte een grote waakhond om indringers af te schrikken.

sled dog

/ˈsled dɔːɡ/

(noun) sledehond

Voorbeeld:

The musher relied on his team of strong sled dogs to navigate the icy trail.
De musher vertrouwde op zijn team van sterke sledehonden om het ijzige pad te navigeren.

sledge dog

/ˈsledʒ dɔːɡ/

(noun) sledehond

Voorbeeld:

The team of sledge dogs pulled the explorer's gear across the frozen tundra.
Het team van sledehonden trok de uitrusting van de ontdekkingsreiziger over de bevroren toendra.

seizure-alert dog

/ˈsiːʒər əˌlɜːrt dɔːɡ/

(noun) aanval-alarmerende hond, epilepsiehond

Voorbeeld:

A seizure-alert dog can provide crucial assistance to individuals with epilepsy.
Een aanval-alarmerende hond kan cruciale hulp bieden aan personen met epilepsie.

pye-dog

/ˈpaɪ.dɔɡ/

(noun) pye-dog, zwerfhond

Voorbeeld:

The stray pye-dog wandered through the bustling market, searching for scraps.
De zwerfpye-dog zwierf door de drukke markt, op zoek naar restjes.

housedog

/ˈhaʊs.dɔːɡ/

(noun) huishond

Voorbeeld:

Our golden retriever is a friendly housedog.
Onze golden retriever is een vriendelijke huishond.

coach dog

/ˈkoʊtʃ dɔɡ/

(noun) koetshond, Dalmatiër

Voorbeeld:

The children were delighted to see the spotted coach dog running alongside the carriage.
De kinderen waren blij de gevlekte koetshond naast de koets te zien rennen.

carriage dog

/ˈkær.ɪdʒ ˌdɔːɡ/

(noun) koetshond

Voorbeeld:

The Dalmatian is a classic example of a carriage dog.
De Dalmatiër is een klassiek voorbeeld van een koetshond.

watchdog

/ˈwɑːtʃ.dɑːɡ/

(noun) waakhond, toezichthouder

Voorbeeld:

The farmer relied on his loyal watchdog to protect the livestock.
De boer vertrouwde op zijn trouwe waakhond om het vee te beschermen.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland