Avatar of Vocabulary Set Marketing

Vocabulaireverzameling Marketing in TOEIC Essentiële 600 Woorden: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Marketing' in 'TOEIC Essentiële 600 Woorden' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

attract

/əˈtrækt/

(verb) aantrekken, boeien

Voorbeeld:

Magnets attract metal objects.
Magneten trekken metalen voorwerpen aan.

compare

/kəmˈper/

(verb) vergelijken, vergelijken met, opwegen tegen

Voorbeeld:

Let's compare the two proposals and see which one is better.
Laten we de twee voorstellen vergelijken en kijken welke beter is.

competition

/ˌkɑːm.pəˈtɪʃ.ən/

(noun) concurrentie, wedijver, wedstrijd

Voorbeeld:

There's fierce competition for jobs in the current market.
Er is felle concurrentie om banen op de huidige markt.

consume

/kənˈsuːm/

(verb) consumeren, eten, drinken

Voorbeeld:

Humans consume a variety of foods.
Mensen consumeren een verscheidenheid aan voedingsmiddelen.

convince

/kənˈvɪns/

(verb) overtuigen

Voorbeeld:

I hope this will convince you to change your mind.
Ik hoop dat dit je zal overtuigen om van gedachten te veranderen.

currently

/ˈkɝː.ənt.li/

(adverb) momenteel, thans

Voorbeeld:

The store is currently closed for renovations.
De winkel is momenteel gesloten voor renovaties.

fad

/fæd/

(noun) rage, gril, modeverschijnsel

Voorbeeld:

The hula hoop was a popular fad in the 1950s.
De hoelahoep was een populaire rage in de jaren 50.

inspiration

/ˌɪn.spəˈreɪ.ʃən/

(noun) inspiratie, ingave, idee

Voorbeeld:

His artwork is a great source of inspiration for young artists.
Zijn kunstwerk is een grote bron van inspiratie voor jonge kunstenaars.

market

/ˈmɑːr.kɪt/

(noun) markt;

(verb) op de markt brengen, vermarkten

Voorbeeld:

I bought fresh vegetables at the local market.
Ik kocht verse groenten op de lokale markt.

persuasion

/pɚˈsweɪ.ʒən/

(noun) overtuiging, overreding, geloof

Voorbeeld:

He used his charm and powers of persuasion to convince her.
Hij gebruikte zijn charme en overtuigingskracht om haar te overtuigen.

productive

/prəˈdʌk.tɪv/

(adjective) productief, vruchtbaar, rendabel

Voorbeeld:

It was a very productive meeting, we made a lot of decisions.
Het was een zeer productieve vergadering, we hebben veel beslissingen genomen.

satisfaction

/ˌsæt̬.ɪsˈfæk.ʃən/

(noun) tevredenheid, voldoening, vervulling

Voorbeeld:

Customer satisfaction is our top priority.
Klanttevredenheid is onze topprioriteit.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland