Vocabulaireverzameling 900 punten in Dag 28 - Klassiek: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling '900 punten' in 'Dag 28 - Klassiek' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) boog, doorgang
Voorbeeld:
(phrase) gemonteerd op, bevestigd aan
Voorbeeld:
(phrase) met een schep graven
Voorbeeld:
(verb) afvoeren, leegpompen, aftappen;
(noun) afvoer, goot, riool
Voorbeeld:
(noun) haag, heg, afdekking;
(verb) afdekken, beperken, draaien
Voorbeeld:
(noun) verhuurder, huisbaas, kastelein
Voorbeeld:
(noun) richel, vensterbank, rand
Voorbeeld:
lock oneself out of one's house
(idiom) zichzelf buitensluiten
Voorbeeld:
(noun) loodgieter
Voorbeeld:
(noun) veranda, portiek, galerij
Voorbeeld:
(phrase) de kraan laten lopen
Voorbeeld:
(noun) gezegde, spreuk, zaag;
(verb) zagen;
(past tense) zag
Voorbeeld:
(noun) steiger, steigers, ondersteuning
Voorbeeld:
(noun) schroef, draai, omwenteling;
(verb) schroeven, vastschroeven, draaien
Voorbeeld:
(adverb) symmetrisch
Voorbeeld:
(phrasal verb) slopen, afbreken, afkraken
Voorbeeld:
(adjective) onbewoond
Voorbeeld:
(noun) houtwerk, timmerwerk, houtbewerking
Voorbeeld:
(adjective) complex, ingewikkeld, moeilijk te begrijpen;
(noun) complex, gebouwencomplex, minderwaardigheidscomplex
Voorbeeld:
(adverb) constructief, opbouwelijk
Voorbeeld:
(noun) locatie, plek, plaats
Voorbeeld:
(noun) onderhoud, handhaving, alimentatie
Voorbeeld:
(noun) herconfiguratie, herindeling, reorganisatie
Voorbeeld:
(verb) doen schrikken, opschrikken, verrassen
Voorbeeld:
(verb) bijvoegen, annexeren, inlijven;
(noun) aanbouw, bijgebouw
Voorbeeld:
(verb) slopen, afbreken, vernietigen
Voorbeeld:
(noun) sloop, afbraak
Voorbeeld:
(phrase) te huur
Voorbeeld:
(noun) isolatie, isolatiemateriaal, het isoleren
Voorbeeld:
(noun) pand, terrein, gebouw
Voorbeeld:
(noun) rek, standaard, kwelling;
(verb) kwellen, pijnigen, uitputten
Voorbeeld:
(adjective) schokbestendig
Voorbeeld: