Vocabulaireverzameling Basis 2 in Dag 22 - Een spoedvergadering: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Basis 2' in 'Dag 22 - Een spoedvergadering' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) jaarvergadering, jaarlijkse bijeenkomst
Voorbeeld:
(noun) vergaderzaal, conferentieruimte
Voorbeeld:
(noun) gastspreker
Voorbeeld:
(phrasal verb) uitdelen, uitreiken
Voorbeeld:
(noun) vakantie, feestdag;
(verb) vakantie vieren, op vakantie gaan
Voorbeeld:
(phrase) laten we beëindigen, laten we stoppen
Voorbeeld:
(noun) vergadertijd, tijdstip van de vergadering
Voorbeeld:
(verb) scannen, vluchtig bekijken, digitaliseren;
(noun) scan, aftasting, beeld
Voorbeeld:
(verb) handen schudden
Voorbeeld:
(noun) spraak, spreekvermogen, toespraak
Voorbeeld:
(noun) teamgenoot
Voorbeeld:
(noun) water;
(verb) wateren, begieten
Voorbeeld:
(phrasal verb) opschrijven, noteren
Voorbeeld:
(phrase) op de hoogte stellen van, informeren over
Voorbeeld:
(phrasal verb) worden gehouden, plaatsvinden, vastgehouden worden
Voorbeeld:
(phrase) gepland staan voor
Voorbeeld:
(noun) zakelijk gesprek, zakenpraat
Voorbeeld:
(noun) gesprek, conversatie
Voorbeeld:
(noun) debat, discussie;
(verb) debatteren, bediscussiëren
Voorbeeld:
(verb) uiten, uitdrukken, verzenden;
(adjective) expres, snel, uitdrukkelijk;
(noun) expres, sneltrein, snelbus;
(adverb) expres, snel
Voorbeeld:
(noun) bijeenkomst, verzameling, vergaring
Voorbeeld:
(noun) rechter, beoordelaar, kenner;
(verb) beoordelen, oordelen, schatten
Voorbeeld:
(noun) lokale tijd
Voorbeeld:
(phrasal verb) resulteren in, leiden tot, veroorzaken
Voorbeeld:
(noun) plattegrond van de zitplaatsen, stoelindeling
Voorbeeld:
(noun) seminar, studiebijeenkomst, werkgroep
Voorbeeld:
(noun) stem, stemming;
(verb) stemmen, kiezen
Voorbeeld:
(adjective) wekelijks;
(adverb) wekelijks;
(noun) weekblad
Voorbeeld: