Avatar of Vocabulary Set 900 punten

Vocabulaireverzameling 900 punten in Dag 21 - Bedrijfscompetitie: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling '900 punten' in 'Dag 21 - Bedrijfscompetitie' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

make the first move

/meɪk ðə fɜrst muːv/

(idiom) de eerste stap zetten, het initiatief nemen

Voorbeeld:

Someone has to make the first move if we want to get this project started.
Iemand moet de eerste stap zetten als we dit project willen starten.

take a turn for the better

/teɪk ə tɜːrn fɔːr ðə ˈbetər/

(idiom) ten goede keren, verbeteren

Voorbeeld:

The patient's health finally took a turn for the better after the surgery.
De gezondheid van de patiënt nam eindelijk een wending ten goede na de operatie.

warm up

/wɔːrm ˈʌp/

(phrasal verb) opwarmen, enthousiast worden

Voorbeeld:

Athletes should always warm up before a game to prevent injuries.
Sporters moeten altijd opwarmen voor een wedstrijd om blessures te voorkomen.

be contingent upon

/bi kənˈtɪn.dʒənt əˈpɑːn/

(phrase) afhankelijk zijn van, onder voorbehoud van

Voorbeeld:

The outdoor concert will be contingent upon the weather.
Het buitenconcert zal afhankelijk zijn van het weer.

established

/ɪˈstæb.lɪʃt/

(adjective) gevestigd, erkend, opgericht;

(verb) oprichten, vaststellen, bewijzen

Voorbeeld:

The company is an established leader in the industry.
Het bedrijf is een gevestigde leider in de branche.

favorable

/ˈfeɪ.vɚ.ə.bəl/

(adjective) gunstig, positief, voordelig

Voorbeeld:

The critics gave the new movie a favorable review.
De critici gaven de nieuwe film een gunstige recensie.

front runner

/ˈfrʌnt ˌrʌn.ər/

(noun) koploper, favoriet

Voorbeeld:

The candidate is currently the front runner in the polls.
De kandidaat is momenteel de koploper in de peilingen.

intermittently

/ˌɪn.t̬ɚˈmɪt.ənt.li/

(adverb) met tussenpozen, intermitterend

Voorbeeld:

The rain fell intermittently throughout the day.
De regen viel met tussenpozen gedurende de dag.

momentarily

/ˌmoʊ.mənˈter.əl.i/

(adverb) even, kortstondig, elk moment

Voorbeeld:

The lights flickered momentarily during the storm.
De lichten flikkerden even tijdens de storm.

narrative

/ˈner.ə.t̬ɪv/

(noun) verhaal, vertelling, beeldvorming;

(adjective) verhalend, narratief

Voorbeeld:

The novel has a compelling narrative.
De roman heeft een meeslepend verhaal.

neutral

/ˈnuː.trəl/

(adjective) neutraal, onpartijdig, onopvallend;

(noun) vrij, neutraal

Voorbeeld:

Switzerland remained neutral during both World Wars.
Zwitserland bleef neutraal tijdens beide Wereldoorlogen.

retreat

/rɪˈtriːt/

(verb) terugtrekken, wijken;

(noun) terugtrekking, toevluchtsoord

Voorbeeld:

The army was forced to retreat after heavy losses.
Het leger werd gedwongen zich terug te trekken na zware verliezen.

stance

/stæns/

(noun) houding, stand, standpunt

Voorbeeld:

He adopted a wide stance before hitting the ball.
Hij nam een brede houding aan voordat hij de bal sloeg.

allegedly

/əˈledʒ.ɪd.li/

(adverb) naar verluidt, vermeendelijk

Voorbeeld:

He allegedly stole the car, but there's no concrete evidence.
Hij heeft de auto naar verluidt gestolen, maar er is geen concreet bewijs.

be oriented to

/bi ˈɔːriˌɛntɪd tu/

(phrase) gericht zijn op, georiënteerd zijn op

Voorbeeld:

The new curriculum is oriented to the needs of modern students.
Het nieuwe curriculum is gericht op de behoeften van moderne studenten.

beware

/bɪˈwer/

(verb) pas op, wees op je hoede

Voorbeeld:

Beware of the dog!
Pas op voor de hond!

clout

/klaʊt/

(noun) invloed, macht, klap;

(verb) slaan, meppen

Voorbeeld:

The company has a lot of political clout in the region.
Het bedrijf heeft veel politieke invloed in de regio.

craftsmanship

/ˈkræfts.mən.ʃɪp/

(noun) vakmanschap, ambacht, handwerk

Voorbeeld:

The antique clock was a testament to exquisite craftsmanship.
De antieke klok was een bewijs van voortreffelijk vakmanschap.

detector

/dɪˈtek.tɚ/

(noun) detector, melder

Voorbeeld:

The smoke detector went off, alerting everyone to the fire.
De rookmelder ging af en waarschuwde iedereen voor de brand.

distinction

/dɪˈstɪŋk.ʃən/

(noun) onderscheid, verschil, onderscheiding

Voorbeeld:

There is a clear distinction between right and wrong.
Er is een duidelijk onderscheid tussen goed en kwaad.

exemplify

/ɪɡˈzem.plə.faɪ/

(verb) illustreren, een voorbeeld zijn van, toelichten

Voorbeeld:

The city's architecture exemplifies the blend of old and new.
De architectuur van de stad illustreert de mix van oud en nieuw.

exert pressure on

/ɪɡˈzɜːrt ˈpreʃ.ər ɒn/

(idiom) druk uitoefenen op

Voorbeeld:

The government is trying to exert pressure on the company to lower its prices.
De overheid probeert druk uit te oefenen op het bedrijf om de prijzen te verlagen.

interfere with

/ˌɪntərˈfɪr wɪθ/

(phrasal verb) verstoren, belemmeren

Voorbeeld:

The loud music began to interfere with his concentration.
De luide muziek begon zijn concentratie te verstoren.

keep on top of

/kiːp ɑːn tɑːp əv/

(idiom) bijblijven, onder controle houden

Voorbeeld:

It's hard to keep on top of all the new emails every day.
Het is moeilijk om elke dag bij te blijven met alle nieuwe e-mails.

latent

/ˈleɪ.tənt/

(adjective) latent, verborgen, sluimerend

Voorbeeld:

He has a latent talent for music that he hasn't explored yet.
Hij heeft een latent talent voor muziek dat hij nog niet heeft verkend.

liquidate

/ˈlɪk.wə.deɪt/

(verb) liquideren, opheffen, te gelde maken

Voorbeeld:

The company was forced to liquidate due to heavy debts.
Het bedrijf werd gedwongen te liquideren vanwege zware schulden.

lucid

/ˈluː.sɪd/

(adjective) helder, duidelijk, overzichtelijk

Voorbeeld:

The author provides a lucid explanation of the complex theory.
De auteur geeft een heldere uitleg van de complexe theorie.

makeshift

/ˈmeɪk.ʃɪft/

(adjective) geïmproviseerd, nood-;

(noun) noodoplossing, lapmiddel

Voorbeeld:

The refugees slept in makeshift tents made of plastic sheets.
De vluchtelingen sliepen in geïmproviseerde tenten van plastic zeilen.

shrink

/ʃrɪŋk/

(verb) krimpen, verkleinen, terugdeinzen;

(noun) psychiater

Voorbeeld:

The company's profits shrank by 10% last year.
De winst van het bedrijf kromp vorig jaar met 10%.

squeaky

/ˈskwiː.ki/

(adjective) piepend, krakend

Voorbeeld:

The old door opened with a squeaky sound.
De oude deur opende met een piepend geluid.

subsidize

/ˈsʌb.sə.daɪz/

(verb) subsidiëren, financieel ondersteunen

Voorbeeld:

The government decided to subsidize public transportation to make it more affordable.
De overheid besloot het openbaar vervoer te subsidiëren om het betaalbaarder te maken.

succumb to

/səˈkʌm tuː/

(phrasal verb) zwichten voor, bezwijken voor, bezwijken aan

Voorbeeld:

I'm afraid I succumbed to temptation and had a second piece of cake.
Ik ben bang dat ik gezwicht ben voor de verleiding en een tweede stuk taart heb genomen.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland