Vocabulaireverzameling Basis 2 in Dag 18 - Speciale gerechten: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Basis 2' in 'Dag 18 - Speciale gerechten' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(verb) bijten, hap, aantasten;
(noun) beet, hap, hapje
Voorbeeld:
(noun) buffet, buffetkast, dressoir;
(verb) beuken, treffen, rammen
Voorbeeld:
(noun) kantine, cafetaria
Voorbeeld:
(noun) graan, graangewas, ontbijtgranen
Voorbeeld:
(noun) kookboek
Voorbeeld:
(adjective) heerlijk, lekker, aangenaam
Voorbeeld:
(noun) nagerecht, dessert
Voorbeeld:
(verb) dineren, eten
Voorbeeld:
(noun) eetkamer
Voorbeeld:
(noun) schaal, schotel, bord;
(verb) onthullen, verspreiden, opscheppen
Voorbeeld:
(noun) vaatwasser, afwasmachine, afwasser
Voorbeeld:
(phrase) vaat afdrogen
Voorbeeld:
(noun) knoflook
Voorbeeld:
(noun) maaltijd, eten
Voorbeeld:
(noun) bord, plaat;
(verb) plateren, bekleden
Voorbeeld:
(noun) pot, pan, fonds;
(verb) potten, inpotten, in de pocket stoten
Voorbeeld:
(phrase) een maaltijd bereiden, eten klaarmaken
Voorbeeld:
(noun) zeevruchten
Voorbeeld:
(adjective) pittig, gekruid, pikant
Voorbeeld:
(verb) morsen, verspillen, uitwerpen;
(noun) morsen, vlek, val
Voorbeeld:
(adjective) lekker, smakelijk
Voorbeeld:
(noun) slagroom
Voorbeeld:
(verb) mengen, blenden, passen bij;
(noun) melange, mengsel
Voorbeeld:
(adjective) schoon, rein, zuiver;
(verb) schoonmaken, reinigen;
(adverb) schoon, helemaal
Voorbeeld:
(adjective) vers, fris, schoon;
(adverb) opnieuw, vers
Voorbeeld:
(noun) recept, methode
Voorbeeld:
(noun) kruid, specerij, pit;
(verb) kruiden, op smaak brengen, opvrolijken
Voorbeeld:
(noun) smaak, voorkeur;
(verb) proeven, smaken
Voorbeeld: