Avatar of Vocabulary Set Basis 2

Vocabulaireverzameling Basis 2 in Dag 13 - De klant is koning: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Basis 2' in 'Dag 13 - De klant is koning' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

a couple of

/ə ˈkʌpəl əv/

(phrase) een paar, enkele

Voorbeeld:

I'll be back a couple of minutes.
Ik ben over een paar minuten terug.

athlete

/ˈæθ.liːt/

(noun) atleet, sportman, sportvrouw

Voorbeeld:

The young athlete trained every day for the competition.
De jonge atleet trainde elke dag voor de wedstrijd.

call for

/kɔːl fɔːr/

(phrasal verb) oproepen tot, vragen om, vereisen

Voorbeeld:

The opposition party called for the minister's resignation.
De oppositiepartij riep op tot het ontslag van de minister.

cart

/kɑːrt/

(noun) kar, wagen, winkelwagen;

(verb) vervoeren, dragen

Voorbeeld:

The farmer loaded hay onto the cart.
De boer laadde hooi op de kar.

customer service representative

/ˈkʌstəmər ˈsɜːrvɪs ˌrɛprɪˈzɛntətɪv/

(noun) klantenservicemedewerker, klantendienstmedewerker

Voorbeeld:

The customer service representative helped me resolve my issue quickly.
De klantenservicemedewerker hielp me mijn probleem snel op te lossen.

get a phone call

/ɡɛt ə foʊn kɔːl/

(phrase) een telefoontje krijgen

Voorbeeld:

I got a phone call from my mother this morning.
Ik kreeg vanmorgen een telefoontje van mijn moeder.

give a call

/ɡɪv ə kɔːl/

(idiom) opbellen, een belletje geven

Voorbeeld:

I'll give you a call as soon as I arrive at the airport.
Ik zal je opbellen zodra ik op het vliegveld aankom.

have one's hair cut

/hæv wʌnz her kʌt/

(phrase) je haar laten knippen

Voorbeeld:

I need to have my hair cut before the wedding.
Ik moet mijn haar laten knippen voor de bruiloft.

just for a minute

/dʒʌst fɔːr ə ˈmɪn.ɪt/

(phrase) even, heel even

Voorbeeld:

Can I borrow your pen just for a minute?
Mag ik je pen heel even lenen?

laundry service

/ˈlɑːn.dri ˈsɝː.vɪs/

(noun) wasservice, wasserijservice

Voorbeeld:

The hotel offers a 24-hour laundry service for its guests.
Het hotel biedt een 24-uurs wasservice voor zijn gasten.

leave a message

/liːv ə ˈmesɪdʒ/

(phrase) een bericht achterlaten, een boodschap inspreken

Voorbeeld:

If I don't answer, please leave a message after the beep.
Als ik niet opneem, gelieve een bericht achter te laten na de piep.

product logo

/ˈprɑː.dʌkt ˈloʊ.ɡoʊ/

(noun) productlogo

Voorbeeld:

The new product logo is much more modern than the old one.
Het nieuwe productlogo is veel moderner dan het oude.

rinse

/rɪns/

(verb) spoelen, afspoelen;

(noun) spoelbeurt, afspoeling

Voorbeeld:

Please rinse the dishes thoroughly before putting them away.
Gelieve de vaat grondig te spoelen voordat u ze opbergt.

voicemail

/ˈvɔɪ.s.meɪl/

(noun) voicemail, antwoordapparaat;

(verb) voicemailen, een voicemail achterlaten

Voorbeeld:

I left a voicemail for him, but he hasn't called back.
Ik heb een voicemail voor hem achtergelaten, maar hij heeft nog niet teruggebeld.

as soon as possible

/æz suːn æz ˈpɑː.sə.bəl/

(phrase) zo snel mogelijk, ASAP

Voorbeeld:

Please send the report as soon as possible.
Stuur het rapport alstublieft zo snel mogelijk.

complain

/kəmˈpleɪn/

(verb) klagen, zeuren, mopperen

Voorbeeld:

Customers often complain about slow service.
Klanten klagen vaak over trage service.

counselor

/ˈkaʊn.səl.ɚ/

(noun) counselor, raadgever, advocaat

Voorbeeld:

She decided to see a counselor to help with her anxiety.
Ze besloot een counselor te raadplegen om haar te helpen met haar angst.

for free

/fɔːr friː/

(phrase) gratis, kosteloos

Voorbeeld:

They are giving away tickets for free.
Ze geven tickets gratis weg.

grocery store

/ˈɡroʊ.sər.i stɔːr/

(noun) supermarkt, kruidenierswinkel

Voorbeeld:

I need to go to the grocery store to buy some milk and bread.
Ik moet naar de supermarkt om melk en brood te kopen.

invite

/ɪnˈvaɪt/

(verb) uitnodigen, aantrekken;

(noun) uitnodiging

Voorbeeld:

We'd like to invite you to our wedding.
We willen je graag uitnodigen voor onze bruiloft.

often

/ˈɑːf.ən/

(adverb) vaak, dikwijls

Voorbeeld:

She often visits her grandparents.
Ze bezoekt haar grootouders vaak.

option

/ˈɑːp.ʃən/

(noun) optie, keuze, koopoptie

Voorbeeld:

You have two options: stay or leave.
Je hebt twee opties: blijven of weggaan.

pleasure

/ˈpleʒ.ɚ/

(noun) plezier, genoegen;

(verb) plezieren, behagen

Voorbeeld:

She takes great pleasure in her work.
Ze beleeft veel plezier aan haar werk.

positive

/ˈpɑː.zə.t̬ɪv/

(adjective) zeker, positief, duidelijk;

(noun) positief, dia

Voorbeeld:

I'm positive that I locked the door.
Ik ben zeker dat ik de deur op slot heb gedaan.

relationship

/rɪˈleɪ.ʃən.ʃɪp/

(noun) relatie, verband, omgang

Voorbeeld:

The relationship between diet and health is well-known.
De relatie tussen dieet en gezondheid is welbekend.

site

/saɪt/

(noun) locatie, plaats, terrein;

(verb) plaatsen, situeren, lokaliseren

Voorbeeld:

The construction of the new school is on a large site.
De bouw van de nieuwe school is op een grote locatie.

successfully

/səkˈses.fəl.i/

(adverb) succesvol, met succes

Voorbeeld:

She successfully completed the challenging project.
Ze heeft het uitdagende project succesvol afgerond.

visit

/ˈvɪz.ɪt/

(verb) bezoeken;

(noun) bezoek, huisbezoek

Voorbeeld:

I'm going to visit my grandparents next weekend.
Ik ga volgend weekend mijn grootouders bezoeken.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland