Vocabulaireverzameling 900 punten in Dag 9 - De economie nieuw leven inblazen: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling '900 punten' in 'Dag 9 - De economie nieuw leven inblazen' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) factuuradres
Voorbeeld:
(noun) overheidssubsidie, regeringssubsidie
Voorbeeld:
(noun) marktwaarde
Voorbeeld:
(phrasal verb) slopen, afbreken, naar beneden halen
Voorbeeld:
(adjective) stationair, stilstaand, onbeweeglijk
Voorbeeld:
(verb) afnemen, luwen, verminderen
Voorbeeld:
(verb) ophouden, stoppen
Voorbeeld:
(adverb) opvallend, zichtbaar
Voorbeeld:
(verb) verslechteren, achteruitgaan
Voorbeeld:
(adverb) impliciet, stilzwijgend, volledig
Voorbeeld:
(adjective) ontspannen, rustig, ongedwongen;
(adverb) rustig, ontspannen, ongedwongen
Voorbeeld:
(noun) bedreiging, gevaar, plaag;
(verb) bedreigen, gevaar opleveren voor
Voorbeeld:
(adjective) merkbaar, waarneembaar
Voorbeeld:
(noun) plaatsing, positionering, stageplaats
Voorbeeld:
(noun) opmerking, uitspraak;
(verb) opmerken, zeggen
Voorbeeld:
(noun) ophalen, terughalen, terugvinden
Voorbeeld:
(phrasal verb) vertragen, langzamer gaan
Voorbeeld:
(adjective) eenzaam, alleenstaand, afgelegen;
(noun) eenling, solitair
Voorbeeld:
(adjective) ziek, kwakkelend, problematisch
Voorbeeld:
(noun) financiële verklaring, jaarrekening
Voorbeeld:
(idiom) een monopolie hebben op, de alleenheerschappij hebben over, de enige zijn die
Voorbeeld:
(phrase) gewild, in trek
Voorbeeld:
(adjective) multilateraal
Voorbeeld:
(adjective) niet overdraagbaar
Voorbeeld:
(noun) moederbedrijf
Voorbeeld:
(noun) privatisering
Voorbeeld:
(verb) terugkaatsen, terugspringen, herstellen;
(noun) herstel, opleving, rebound
Voorbeeld:
(noun) tweede, runner-up
Voorbeeld:
(noun) secundair effect, neveneffect
Voorbeeld:
(adjective) traag, loom, slap
Voorbeeld:
(noun) stagnatie, stilstand
Voorbeeld:
(adjective) vluchtig, onstabiel, gemakkelijk verdampend
Voorbeeld: