Vocabulaireverzameling 800 punten in Dag 4 - Bedrijfsgeheimen: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling '800 punten' in 'Dag 4 - Bedrijfsgeheimen' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(phrase) tevreden zijn met, genoegen nemen met
Voorbeeld:
(phrase) gaan zitten, plaatsnemen
Voorbeeld:
(phrase) omringd zijn door, omgeven zijn door
Voorbeeld:
(plural noun) zakelijke contacten
Voorbeeld:
(noun) eindredacteur, tekstredacteur
Voorbeeld:
(noun) diepe gedeelte, diepe kant;
(idiom) het diepe, moeilijke situatie
Voorbeeld:
(adjective) dubbelzijdig, twee kanten hebbend
Voorbeeld:
(noun) lade, tekenaar
Voorbeeld:
(idiom) goedkeuring krijgen, instemming verkrijgen
Voorbeeld:
(adverb) halverwege;
(adjective) half, onvolledig
Voorbeeld:
(phrasal verb) overhandigen, afgeven, overdragen
Voorbeeld:
(phrase) op een hoop, gestapeld
Voorbeeld:
(phrase) het had erger kunnen zijn, het valt mee
Voorbeeld:
(adjective) just-in-time, precies op tijd
Voorbeeld:
(noun) geletterdheid, lees- en schrijfvaardigheid, competentie
Voorbeeld:
(noun) afval, zwerfvuil, nest;
(verb) vervuilen, rommelen
Voorbeeld:
(phrase) een keuze maken, selecteren
Voorbeeld:
(idiom) ruimte maken voor, plaats maken voor
Voorbeeld:
(phrase) geen papier meer hebben, papier is op
Voorbeeld:
(idiom) de hand opsteken
Voorbeeld:
(phrase) een probleem melden
Voorbeeld:
(noun) soort, type;
(verb) sorteren, ordenen, oplossen
Voorbeeld:
(adjective) stationair, stilstaand, onbeweeglijk
Voorbeeld:
(phrase) nog eens bekijken, opnieuw bekijken
Voorbeeld:
(phrasal verb) mee uit nemen, uitgaan met, eruit halen
Voorbeeld:
(noun) typemachine, schrijfmachine
Voorbeeld:
(phrase) in groepen werken
Voorbeeld:
(noun) schrijfblok, notitieblok
Voorbeeld:
(noun) anticipatie, verwachting, vooruitzicht
Voorbeeld:
(noun) auto, automobiel
Voorbeeld:
(phrase) gevraagd worden om te doen
Voorbeeld:
(phrasal verb) betaald worden voor
Voorbeeld:
(phrase) gekwalificeerd zijn voor, geschikt zijn voor
Voorbeeld:
(adjective) nonchalant, achteloos, informeel
Voorbeeld:
(noun) concept, ontwerp, tocht;
(verb) opstellen, ontwerpen, selecteren
Voorbeeld:
(phrasal verb) putten uit, gebruikmaken van
Voorbeeld:
(noun) excuus, verontschuldiging;
(verb) excuseren, vrijstellen, verontschuldigen
Voorbeeld:
(noun) hoofdkantoor
Voorbeeld:
(phrase) vooruitlopend op, in afwachting van
Voorbeeld:
(phrase) in het licht van, gezien
Voorbeeld:
(noun) instrument, gereedschap, muziekinstrument;
(verb) instrumenteren, uitrusten met instrumenten
Voorbeeld:
(adverb) populair, algemeen
Voorbeeld:
(preposition) betreffende, aangaande, over
Voorbeeld:
(adverb) routinematig, gewoonlijk, regelmatig
Voorbeeld:
(adjective) aanvullend, extra
Voorbeeld:
(phrase) overwerken, extra uren werken
Voorbeeld:
(noun) werkplek, arbeidsplaats
Voorbeeld:
(noun) acteren, toneelspelen;
(adjective) waarnemend, tijdelijk
Voorbeeld:
(idiom) vol met, gevuld met, barstensvol
Voorbeeld:
(phrase) A naar B converteren, A in B omzetten
Voorbeeld:
(phrasal verb) rekenen op, vertrouwen op
Voorbeeld:
(idiom) zijn best doen
Voorbeeld:
(phrasal verb) vullen met
Voorbeeld:
(phrasal verb) opschieten met, overeenkomen met, opschieten
Voorbeeld:
(phrase) de trap afgaan, de treden afdalen
Voorbeeld:
(idiom) sleutel tot succes
Voorbeeld:
(idiom) zijn geduld verliezen, zijn beheersing verliezen
Voorbeeld:
(phrase) een kopie maken, dupliceren
Voorbeeld:
(phrasal verb) obsederen over, zich blind staren op
Voorbeeld:
(plural noun) overuren
Voorbeeld:
(plural noun) persoonlijke bezittingen, persoonlijke spullen
Voorbeeld:
(noun) reünie, wederzien
Voorbeeld:
(noun) verkoopvertegenwoordiger, vertegenwoordiger
Voorbeeld:
(adjective) naadloos, vloeiend
Voorbeeld:
(phrase) A indienen bij B, A voorleggen aan B
Voorbeeld:
(phrasal verb) slagen in, erin slagen
Voorbeeld:
(adjective) tijdrovend
Voorbeeld: