Avatar of Vocabulary Set Vervoermiddel

Vocabulaireverzameling Vervoermiddel in Essentiële woordenschat voor TOEFL: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Vervoermiddel' in 'Essentiële woordenschat voor TOEFL' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

aircraft

/ˈer.kræft/

(noun) vliegtuig, luchtvaartuig

Voorbeeld:

The aircraft landed safely on the runway.
Het vliegtuig landde veilig op de landingsbaan.

hot-air balloon

/ˌhɑːt er bəˈluːn/

(noun) heteluchtballon

Voorbeeld:

They took a scenic ride in a hot-air balloon over the valley.
Ze maakten een schilderachtige rit in een heteluchtballon over de vallei.

fighter

/ˈfaɪ.t̬ɚ/

(noun) vechter, bokser, strijder

Voorbeeld:

He is a professional fighter with an impressive record.
Hij is een professionele vechter met een indrukwekkend record.

bomber

/ˈbɑː.mɚ/

(noun) bommenwerper, bommenlegger, bomberjack

Voorbeeld:

The military deployed several bombers to the region.
Het leger zette verschillende bommenwerpers in de regio in.

parachute

/ˈper.ə.ʃuːt/

(noun) parachute;

(verb) parachuteren, met een parachute droppen

Voorbeeld:

The soldier deployed his parachute and drifted safely to the ground.
De soldaat zette zijn parachute in en zweefde veilig naar de grond.

vehicle

/ˈviː.ə.kəl/

(noun) voertuig, rijtuig, middel

Voorbeeld:

The police stopped the vehicle for a routine check.
De politie stopte het voertuig voor een routinecontrole.

double-decker

/ˌdʌb.əlˈdek.ər/

(noun) dubbeldekker, dubbeldekker sandwich, dubbeldekker cake

Voorbeeld:

We took a double-decker bus tour of London.
We namen een dubbeldekker bustour door Londen.

freight car

/ˈfreɪt kɑːr/

(noun) goederenwagon, vrachtwagon

Voorbeeld:

The train was pulling several freight cars filled with coal.
De trein trok verschillende goederenwagons gevuld met kolen.

shuttle

/ˈʃʌt̬.əl/

(noun) shuttle, pendeldienst, ruimteshuttle;

(verb) pendelen, vervoeren

Voorbeeld:

The hotel provides a free shuttle service to the airport.
Het hotel biedt een gratis shuttle service naar de luchthaven.

single-decker

/ˌsɪŋ.ɡəlˈdek.ɚ/

(noun) enkeldekker;

(adjective) enkeldeks

Voorbeeld:

The school trip used a single-decker bus.
De schoolreis gebruikte een enkeldekker bus.

boat train

/ˈboʊt treɪn/

(noun) boottrein

Voorbeeld:

We took the boat train to Dover to catch the ferry to Calais.
We namen de boottrein naar Dover om de veerboot naar Calais te halen.

camper

/ˈkæm.pɚ/

(noun) kampeerder, camper, kampeerauto

Voorbeeld:

The campers enjoyed the fresh air and starry nights.
De kampeerders genoten van de frisse lucht en sterrenhemel.

minibus

/ˈmɪn.i.bʌs/

(noun) minibus, kleinbus

Voorbeeld:

We hired a minibus for the school trip.
We huurden een minibus voor de schoolreis.

moving van

/ˈmuːvɪŋ væn/

(noun) verhuiswagen, verhuisbus

Voorbeeld:

We hired a moving van to transport all our furniture to the new apartment.
We huurden een verhuiswagen om al onze meubels naar het nieuwe appartement te vervoeren.

compartment

/kəmˈpɑːrt.mənt/

(noun) vak, compartiment, afdeling

Voorbeeld:

The suitcase has a separate compartment for shoes.
De koffer heeft een apart vak voor schoenen.

car

/kɑːr/

(noun) auto, wagon, rijtuig

Voorbeeld:

He bought a new car last week.
Hij kocht vorige week een nieuwe auto.

cab

/kæb/

(noun) taxi, cabine, bestuurderscabine

Voorbeeld:

I'll call a cab for you.
Ik bel een taxi voor je.

scooter

/ˈskuː.t̬ɚ/

(noun) scooter, bromfiets, step

Voorbeeld:

He rode his scooter to work every day.
Hij reed elke dag met zijn scooter naar zijn werk.

deck

/dek/

(noun) dek, kaartspel, dek kaarten;

(verb) versieren, optuigen, neerslaan

Voorbeeld:

We stood on the deck watching the sunset.
We stonden op het dek naar de zonsondergang te kijken.

cockpit

/ˈkɑːk.pɪt/

(noun) cockpit, hanenvechtarena

Voorbeeld:

The pilot announced from the cockpit that they were beginning their descent.
De piloot kondigde vanuit de cockpit aan dat ze begonnen met de daling.

container

/kənˈteɪ.nɚ/

(noun) container, bak, vat

Voorbeeld:

Please put the leftovers in an airtight container.
Doe de restjes alstublieft in een luchtdichte container.

crossing

/ˈkrɑː.sɪŋ/

(noun) overgang, kruising, oversteek

Voorbeeld:

Be careful when you approach the railway crossing.
Wees voorzichtig wanneer je de spoorwegovergang nadert.

crossroad

/ˈkrɑːs.roʊd/

(noun) kruispunt, wegsplitsing, keuzemoment

Voorbeeld:

We reached a crossroad and had to decide which way to go.
We bereikten een kruispunt en moesten beslissen welke kant we op zouden gaan.

junction

/ˈdʒʌŋk.ʃən/

(noun) knooppunt, splitsing, verbinding

Voorbeeld:

The accident happened at the junction of two main roads.
Het ongeluk gebeurde op het knooppunt van twee hoofdwegen.

access road

/ˈæk.ses ˌroʊd/

(noun) toegangsweg, oprit

Voorbeeld:

The new factory has a dedicated access road.
De nieuwe fabriek heeft een speciale toegangsweg.

tunnel

/ˈtʌn.əl/

(noun) tunnel;

(verb) tunnelen, graven

Voorbeeld:

The train passed through a long tunnel.
De trein reed door een lange tunnel.

sidewalk

/ˈsaɪd.wɑːk/

(noun) stoep, trottoir

Voorbeeld:

Please walk on the sidewalk, not in the street.
Loop alstublieft op de stoep, niet op straat.

crosswalk

/ˈkrɑːs.wɑːk/

(noun) zebrapad, voetgangersoversteekplaats

Voorbeeld:

Always look both ways before crossing the crosswalk.
Kijk altijd beide kanten op voordat je het zebrapad oversteekt.

boulevard

/ˈbʊl.ə.vɑːrd/

(noun) boulevard, laan

Voorbeeld:

We drove down the grand boulevard lined with oak trees.
We reden over de grote boulevard omzoomd met eikenbomen.

traffic circle

/ˈtræf.ɪk ˌsɝː.kl̩/

(noun) rotonde, verkeersplein

Voorbeeld:

At the end of the road, you'll see a large traffic circle.
Aan het einde van de weg ziet u een grote rotonde.

fork

/fɔːrk/

(noun) vork, splitsing, vertakking;

(verb) splitsen, vertakken, vorken

Voorbeeld:

Please pass me a fork to eat my salad.
Geef me alsjeblieft een vork om mijn salade te eten.

express lane

/ɪkˈspres leɪn/

(noun) express lane, snelle rij

Voorbeeld:

Take the express lane to avoid traffic.
Neem de express lane om verkeer te vermijden.

off-road

/ˈɑːf.roʊd/

(adjective) terrein-, off-road;

(adverb) off-road, buiten de weg

Voorbeeld:

He bought a new off-road vehicle for his mountain trips.
Hij kocht een nieuw terreinvoertuig voor zijn bergtochten.

limousine

/ˌlɪm.əˈziːn/

(noun) limousine

Voorbeeld:

They arrived at the event in a sleek black limousine.
Ze arriveerden op het evenement in een gestroomlijnde zwarte limousine.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland