Vocabulaireverzameling Argument in Geavanceerde woordenschat voor TOEFL: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Argument' in 'Geavanceerde woordenschat voor TOEFL' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(verb) bekennen, openlijk verklaren
Voorbeeld:
(verb) arbitreren, beslechten, oordelen
Voorbeeld:
(phrasal verb) uitkomen, bekend worden, verschijnen
Voorbeeld:
(verb) weerleggen, bestrijden
Voorbeeld:
(verb) extrapoleren, voorspellen
Voorbeeld:
(verb) interjecteren, inwerpen
Voorbeeld:
(verb) menen, vinden, oordelen
Voorbeeld:
(verb) pontificeren, hoog van de toren blazen, de pontificale mis opdragen
Voorbeeld:
(verb) stellen, aannemen
Voorbeeld:
(verb) ondersteunen, onderbouwen, ten grondslag liggen aan
Voorbeeld:
(verb) aarzelen, wankelen
Voorbeeld:
(adjective) ad hominem, op de persoon gericht;
(adverb) ad hominem, persoonlijk
Voorbeeld:
(adjective) zelfingenomen, arrogant, aanmatigend
Voorbeeld:
(adjective) lichtgelovig
Voorbeeld:
(adjective) dialectisch
Voorbeeld:
(noun) tussenpersoon, bemiddelaar;
(adjective) tussenliggend, bemiddelend
Voorbeeld:
(adjective) non-committal, terughoudend, onverbindend
Voorbeeld:
(noun) polemiek, twistgeschrift;
(adjective) polemisch, controversieel
Voorbeeld:
(adjective) luidruchtig, schreeuwerig
Voorbeeld:
(noun) luchting, ventilatie, uitzending
Voorbeeld:
(noun) aporie, onoplosbare tegenstrijdigheid
Voorbeeld:
(noun) argumentatie, redenering
Voorbeeld:
(noun) kameleon, opportunist
Voorbeeld:
(noun) casuïstiek, haarkloverij
Voorbeeld:
(noun) consensus, overeenstemming
Voorbeeld:
(noun) hoeksteen, fundament
Voorbeeld:
(noun) declamatie, voordracht, retoriek
Voorbeeld:
(noun) doublethink, dubbeldenk
Voorbeeld:
(noun) welsprekendheid
Voorbeeld:
(noun) exponent, voorstander, pleitbezorger
Voorbeeld:
(noun) knevel, muilkorf, grap;
(verb) knevelen, muilkorven, kokhalzen
Voorbeeld:
(noun) onverzettelijkheid, intransigentie
Voorbeeld:
(noun) individualist, non-conformist, dwarsligger;
(adjective) onconventioneel, eigenzinnig, afwijkend
Voorbeeld:
(noun) inslag, voorkeur, standpunt;
(verb) hellen, schuin staan, verdraaien
Voorbeeld:
(noun) syllogisme, sluitrede
Voorbeeld:
(exclamation) touché
Voorbeeld:
(verb) verwikkelen, betrekken
Voorbeeld: