Avatar of Vocabulary Set Botanie en tuinbouw

Vocabulaireverzameling Botanie en tuinbouw in SAT Science-woordenschat: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Botanie en tuinbouw' in 'SAT Science-woordenschat' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

botanist

/ˈbɑː.t̬ən.ɪst/

(noun) botanicus, plantkundige

Voorbeeld:

The botanist identified the rare flower species.
De botanicus identificeerde de zeldzame bloemsoort.

biennial

/baɪˈen.i.əl/

(adjective) tweejaarlijks;

(noun) tweejarige plant

Voorbeeld:

The art exhibition is a biennial event.
De kunsttentoonstelling is een tweejaarlijks evenement.

evergreen

/ˈev.ɚ.ɡriːn/

(noun) groenblijvende plant;

(adjective) groenblijvend, tijdloos, altijd populair

Voorbeeld:

Pine trees are a common type of evergreen.
Dennenbomen zijn een veelvoorkomend type groenblijvende plant.

patch

/pætʃ/

(noun) lapje, pleister, plek;

(verb) lappen, repareren, verbinden

Voorbeeld:

She sewed a patch onto the knee of her jeans.
Ze naaide een lapje op de knie van haar spijkerbroek.

foliage

/ˈfoʊ.li.ɪdʒ/

(noun) gebladerte, loof

Voorbeeld:

The autumn foliage in New England is breathtaking.
Het herfstgebladerte in New England is adembenemend.

bulb

/bʌlb/

(noun) bol, gloeilamp, lamp

Voorbeeld:

Plant the tulip bulb in the fall for spring blooms.
Plant de tulpenbol in de herfst voor lentebloemen.

potting soil

/ˈpɑtɪŋ sɔɪl/

(noun) potgrond

Voorbeeld:

I need to buy some fresh potting soil for my houseplants.
Ik moet wat verse potgrond kopen voor mijn kamerplanten.

crown

/kraʊn/

(noun) kroon, Kroon, monarchie;

(verb) kronen, bekronen, toppen

Voorbeeld:

The queen wore a magnificent crown during the ceremony.
De koningin droeg een prachtige kroon tijdens de ceremonie.

terrarium

/təˈrer.i.əm/

(noun) terrarium

Voorbeeld:

She created a beautiful miniature garden inside a glass terrarium.
Ze creëerde een prachtige miniatuurtuin in een glazen terrarium.

prune

/pruːn/

(verb) snoeien, inkorten, reduceren;

(noun) gedroogde pruim, pruim

Voorbeeld:

The company decided to prune its less profitable divisions.
Het bedrijf besloot zijn minder winstgevende divisies te snoeien.

graft

/ɡræft/

(noun) transplantaat, ent, corruptie;

(verb) transplanteren, enten, integreren

Voorbeeld:

The surgeon performed a skin graft to cover the burn.
De chirurg voerde een huidtransplantatie uit om de brandwond te bedekken.

pollinate

/ˈpɑː.lə.neɪt/

(verb) bestuiven

Voorbeeld:

Bees pollinate flowers as they collect nectar.
Bijen bestuiven bloemen terwijl ze nectar verzamelen.

photosynthesis

/ˌfoʊ.t̬oʊˈsɪn.θə.sɪs/

(noun) fotosynthese

Voorbeeld:

Plants produce oxygen as a byproduct of photosynthesis.
Planten produceren zuurstof als bijproduct van fotosynthese.

vegetation

/ˌvedʒ.əˈteɪ.ʃən/

(noun) vegetatie, plantengroei

Voorbeeld:

The desert has sparse vegetation.
De woestijn heeft schaarse vegetatie.

phytoremediation

/ˌfaɪ.toʊ.rɪˌmiː.diˈeɪ.ʃən/

(noun) fytoremediatie

Voorbeeld:

Phytoremediation is an eco-friendly way to clean up contaminated sites.
Fytoremediatie is een milieuvriendelijke manier om verontreinigde locaties op te ruimen.

mycology

/maɪˈkɑː.lə.dʒi/

(noun) mycologie, zwamkunde

Voorbeeld:

She specialized in mycology, focusing on edible mushrooms.
Ze specialiseerde zich in mycologie, met een focus op eetbare paddenstoelen.

phototropism

/foʊˈtɑː.trə.pɪ.zəm/

(noun) fototropie, fototropisme

Voorbeeld:

The sunflower's movement toward the sun is a classic example of phototropism.
De beweging van de zonnebloem naar de zon is een klassiek voorbeeld van fototropie.

stalk

/stɑːk/

(noun) stengel, steel;

(verb) besluipen, stalken, stampen

Voorbeeld:

The flower had a long, slender stalk.
De bloem had een lange, slanke stengel.

sprout

/spraʊt/

(noun) scheut, spruit;

(verb) ontkiemen, uitlopen, ontstaan

Voorbeeld:

The first green sprouts appeared after the rain.
De eerste groene scheuten verschenen na de regen.

taproot

/ˈtæp.ruːt/

(noun) penwortel

Voorbeeld:

Carrots are known for their prominent taproot.
Wortels staan bekend om hun prominente penwortel.

sepal

/ˈsiː.pəl/

(noun) kelkblad

Voorbeeld:

The sepals protect the flower bud before it opens.
De kelkbladen beschermen de bloemknop voordat deze opengaat.

dandelion

/ˈdæn.də.laɪ.ən/

(noun) paardenbloem

Voorbeeld:

The lawn was covered with bright yellow dandelions.
Het gazon was bedekt met felgele paardenbloemen.

tulip

/ˈtuː.lɪp/

(noun) tulp

Voorbeeld:

The garden was filled with vibrant red and yellow tulips.
De tuin was gevuld met levendige rode en gele tulpen.

stoma

/ˈstoʊ.mə/

(noun) stoma, huidmondje

Voorbeeld:

The stoma allows the plant to take in carbon dioxide for photosynthesis.
De stoma stelt de plant in staat om koolstofdioxide op te nemen voor fotosynthese.

algae

/ˈæl.dʒiː/

(noun) alg, algen

Voorbeeld:

The pond was covered with green algae.
De vijver was bedekt met groene algen.

phytoplankton

/ˌfaɪ.t̬oʊˈplæŋk.tən/

(noun) fytoplankton

Voorbeeld:

Phytoplankton are crucial for marine ecosystems.
Fytoplankton is cruciaal voor mariene ecosystemen.

viburnum

/vaɪˈbɝː.nəm/

(noun) viburnum, sneeuwbal

Voorbeeld:

The garden is filled with the sweet scent of blooming viburnum.
De tuin is gevuld met de zoete geur van bloeiende viburnum.

moss

/mɑːs/

(noun) mos;

(verb) bemossen

Voorbeeld:

The old stone wall was covered in soft green moss.
De oude stenen muur was bedekt met zacht groen mos.

seaweed

/ˈsiː.wiːd/

(noun) zeewier, algen

Voorbeeld:

The beach was covered with green seaweed after the storm.
Het strand was na de storm bedekt met groen zeewier.

peony

/ˈpiː.ə.ni/

(noun) pioen, pioenroos

Voorbeeld:

The garden was filled with fragrant peonies in full bloom.
De tuin was gevuld met geurige pioenen in volle bloei.

euphorbia

/juːˈfɔːr.bi.ə/

(noun) euphorbia, wolfsmelk

Voorbeeld:

The garden features several species of euphorbia known for their striking foliage.
De tuin bevat verschillende soorten euphorbia die bekend staan om hun opvallende gebladerte.

sprig

/sprɪɡ/

(noun) takje, scheut

Voorbeeld:

Garnish the dish with a sprig of fresh parsley.
Garneer het gerecht met een takje verse peterselie.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland