Avatar of Vocabulary Set Regelmatig en redelijk

Vocabulaireverzameling Regelmatig en redelijk in SAT-woordenschat voor wiskunde en logica: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Regelmatig en redelijk' in 'SAT-woordenschat voor wiskunde en logica' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

routine

/ruːˈtiːn/

(noun) routine, gewoonte, subroutine;

(adjective) routine, gebruikelijk

Voorbeeld:

My morning routine includes coffee and reading the news.
Mijn ochtendroutine omvat koffie en het lezen van het nieuws.

regular

/ˈreɡ.jə.lɚ/

(adjective) regelmatig, gewoon, gelijkmatig;

(noun) vaste klant, habitué

Voorbeeld:

She makes regular visits to her grandmother.
Ze brengt regelmatig bezoeken aan haar grootmoeder.

ubiquitous

/juːˈbɪk.wə.t̬əs/

(adjective) alomtegenwoordig, overal aanwezig

Voorbeeld:

Smartphones have become ubiquitous in modern society.
Smartphones zijn alomtegenwoordig geworden in de moderne samenleving.

consistent

/kənˈsɪs.tənt/

(adjective) consistent, consequent, gelijkmatig

Voorbeeld:

Her performance has been consistent throughout the season.
Haar prestaties zijn het hele seizoen consistent geweest.

widespread

/ˌwaɪdˈspred/

(adjective) wijdverspreid, algemeen

Voorbeeld:

The use of smartphones has become widespread.
Het gebruik van smartphones is wijdverspreid geworden.

mainstream

/ˈmeɪn.striːm/

(noun) mainstream, hoofdstroom;

(adjective) mainstream, gangbaar;

(verb) mainstreamen, integreren

Voorbeeld:

His music moved from the underground scene to the mainstream.
Zijn muziek verplaatste zich van de undergroundscene naar de mainstream.

prevalent

/ˈprev.əl.ənt/

(adjective) wijdverspreid, gangbaar, heersend

Voorbeeld:

The disease is more prevalent among young children.
De ziekte is meer wijdverspreid onder jonge kinderen.

stereotypical

/ˌster.i.əˈtɪp.ɪ.kəl/

(adjective) stereotiep, clichématig

Voorbeeld:

The movie was full of stereotypical characters that lacked depth.
De film zat vol met stereotype personages die diepgang misten.

pervasive

/pɚˈveɪ.sɪv/

(adjective) alomtegenwoordig, doordringend, wijdverspreid

Voorbeeld:

The influence of social media is pervasive in modern society.
De invloed van sociale media is alomtegenwoordig in de moderne samenleving.

predominant

/prɪˈdɑː.mə.nənt/

(adjective) overheersend, dominant

Voorbeeld:

The predominant color in the painting is blue.
De overheersende kleur in het schilderij is blauw.

orthodox

/ˈɔːr.θə.dɑːks/

(adjective) orthodox, traditioneel, gevestigd

Voorbeeld:

He holds orthodox views on the subject.
Hij heeft orthodoxe opvattingen over het onderwerp.

quotidian

/kwoʊˈtɪd.i.ən/

(adjective) alledaags, dagelijks

Voorbeeld:

Television has become a part of our quotidian existence.
Televisie is een deel van ons alledaagse bestaan geworden.

generic

/dʒəˈner.ɪk/

(adjective) generiek, algemeen;

(noun) generiek, generiek medicijn

Voorbeeld:

The company sells generic brands of medication.
Het bedrijf verkoopt generieke merken medicijnen.

average

/ˈæv.ɚ.ɪdʒ/

(noun) gemiddelde, doorsnee;

(adjective) gemiddeld, doorsnee;

(verb) gemiddeld zijn, een gemiddelde bereiken

Voorbeeld:

The average score on the test was 75.
De gemiddelde score op de test was 75.

accustomed

/əˈkʌs.təmd/

(adjective) gewend, vertrouwd

Voorbeeld:

She quickly became accustomed to the new routine.
Ze raakte snel gewend aan de nieuwe routine.

conventional

/kənˈven.ʃən.əl/

(adjective) conventioneel, gebruikelijk, doorsnee

Voorbeeld:

She prefers conventional methods of teaching.
Ze geeft de voorkeur aan conventionele lesmethoden.

trend

/trend/

(noun) trend, neiging, richting;

(verb) neigen, buigen

Voorbeeld:

The latest trend in fashion is minimalist design.
De nieuwste trend in mode is minimalistisch design.

buzzword

/ˈbʌz.wɝːd/

(noun) modewoord, buzzword

Voorbeeld:

'Sustainability' has become a major buzzword in the business world.
'Duurzaamheid' is een belangrijk modewoord geworden in de zakenwereld.

inevitably

/ˌɪnˈev.ə.t̬ə.bli/

(adverb) onvermijdelijk, noodzakelijkerwijs

Voorbeeld:

The sun will inevitably rise tomorrow.
De zon zal onvermijdelijk morgen opkomen.

consistently

/kənˈsɪs.tənt.li/

(adverb) consistent, altijd, op dezelfde manier

Voorbeeld:

She consistently performs well in her exams.
Ze presteert consistent goed in haar examens.

regulate

/ˈreɡ.jə.leɪt/

(verb) regelen, reguleren, beheersen

Voorbeeld:

The thermostat regulates the temperature.
De thermostaat regelt de temperatuur.

standardize

/ˈstæn.dɚ.daɪz/

(verb) standaardiseren, uniformeren

Voorbeeld:

The company decided to standardize its production processes across all factories.
Het bedrijf besloot zijn productieprocessen in alle fabrieken te standaardiseren.

feasible

/ˈfiː.zə.bəl/

(adjective) haalbaar, uitvoerbaar

Voorbeeld:

It is not feasible to do this work in a day.
Het is niet haalbaar om dit werk in één dag te doen.

coherent

/koʊˈhɪr.ənt/

(adjective) coherent, logisch, begrijpelijk

Voorbeeld:

He presented a coherent argument that was easy to follow.
Hij presenteerde een coherent argument dat gemakkelijk te volgen was.

sensible

/ˈsen.sə.bəl/

(adjective) verstandig, redelijk, zinnig

Voorbeeld:

It was a sensible decision to save money for the future.
Het was een verstandig besluit om geld te sparen voor de toekomst.

reasonable

/ˈriː.zən.ə.bəl/

(adjective) redelijk, billijk, verstandig

Voorbeeld:

That's a reasonable price for a used car.
Dat is een redelijke prijs voor een tweedehands auto.

tenable

/ˈten.ə.bəl/

(adjective) houdbaar, verdedigbaar, geldig

Voorbeeld:

His theory is no longer tenable in light of the new evidence.
Zijn theorie is niet langer houdbaar in het licht van het nieuwe bewijs.

viable

/ˈvaɪ.ə.bəl/

(adjective) haalbaar, levensvatbaar, uitvoerbaar

Voorbeeld:

The company needs to find a viable solution to its financial problems.
Het bedrijf moet een haalbare oplossing vinden voor zijn financiële problemen.

rationale

/ˌræʃ.əˈnæl/

(noun) grondgedachte, reden, verklaring

Voorbeeld:

The rationale for the new policy was explained in detail.
De grondgedachte voor het nieuwe beleid werd gedetailleerd uitgelegd.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland