Avatar of Vocabulary Set Vastgoed - Juridische Contracten

Vocabulaireverzameling Vastgoed - Juridische Contracten in Onroerend goed: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Vastgoed - Juridische Contracten' in 'Onroerend goed' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

contract

/ˈkɑːn.trækt/

(noun) contract, overeenkomst;

(verb) samentrekken, krimpen, oplopen

Voorbeeld:

They signed a contract for the new house.
Ze tekenden een contract voor het nieuwe huis.

application

/ˌæp.ləˈkeɪ.ʃən/

(noun) aanvraag, sollicitatie, toepassing

Voorbeeld:

I submitted my application for the new job.
Ik heb mijn aanvraag voor de nieuwe baan ingediend.

appraisal

/əˈpreɪ.zəl/

(noun) beoordeling, taxatie

Voorbeeld:

The company conducts annual performance appraisals for all employees.
Het bedrijf voert jaarlijkse prestatiebeoordelingen uit voor alle werknemers.

asset

/ˈæs.et/

(noun) aanwinst, troef, activa

Voorbeeld:

Her experience is a great asset to the team.
Haar ervaring is een grote aanwinst voor het team.

deposit

/dɪˈpɑː.zɪt/

(noun) storting, deposito, aanbetaling;

(verb) deponeren, neerleggen, afzetten

Voorbeeld:

I made a large deposit into my savings account.
Ik heb een grote storting gedaan op mijn spaarrekening.

assignment

/əˈsaɪn.mənt/

(noun) opdracht, taak, toewijzing

Voorbeeld:

The teacher gave us a difficult math assignment.
De leraar gaf ons een moeilijke wiskundeopdracht.

montage

/ˈmɑːn.tɑːʒ/

(noun) montage, fotomontage, collage

Voorbeeld:

The film opened with a powerful montage of historical events.
De film opende met een krachtige montage van historische gebeurtenissen.

negotiate

/nəˈɡoʊ.ʃi.eɪt/

(verb) onderhandelen, nemen, doorstaan

Voorbeeld:

The two sides agreed to negotiate a peace treaty.
De twee partijen kwamen overeen om over een vredesverdrag te onderhandelen.

beneficiary

/ˌben.əˈfɪʃ.i.er.i/

(noun) begunstigde, ontvanger

Voorbeeld:

She was the sole beneficiary of her uncle's will.
Zij was de enige begunstigde van het testament van haar oom.

liquid assets

/ˈlɪk.wɪd ˈæs.ets/

(plural noun) liquide activa, vlottende activa

Voorbeeld:

The company has strong liquid assets to cover its short-term liabilities.
Het bedrijf heeft sterke liquide activa om zijn kortetermijnverplichtingen te dekken.

liquidated damages

/ˈlɪk.wɪ.deɪ.tɪd ˈdæm.ɪ.dʒɪz/

(noun) vastgestelde schadevergoeding, gefixeerde schadevergoeding

Voorbeeld:

The contract included a clause for liquidated damages in case of late delivery.
Het contract bevatte een clausule voor vastgestelde schadevergoeding in geval van late levering.

legal

/ˈliː.ɡəl/

(adjective) juridisch, wettelijk, legaal

Voorbeeld:

He sought legal advice from a lawyer.
Hij zocht juridisch advies bij een advocaat.

bankruptcy

/ˈbæŋ.krəpt.si/

(noun) faillissement

Voorbeeld:

The company filed for bankruptcy after years of financial struggles.
Het bedrijf vroeg het faillissement aan na jaren van financiële problemen.

capital gain

/ˈkæp.ɪ.təl ˌɡeɪn/

(noun) vermogenswinst

Voorbeeld:

He made a significant capital gain from selling his shares.
Hij behaalde een aanzienlijke vermogenswinst uit de verkoop van zijn aandelen.

bid

/bɪd/

(noun) bod, offerte, poging;

(verb) bieden, een bod doen, groeten

Voorbeeld:

She made a winning bid for the antique vase.
Ze deed een winnend bod op de antieke vaas.

co-operation

/koʊˌɑp.əˈreɪ.ʃən/

(noun) samenwerking, medewerking

Voorbeeld:

International co-operation is essential for global peace.
Internationale samenwerking is essentieel voor wereldvrede.

building permit

/ˈbɪl.dɪŋ ˌpɝː.mɪt/

(noun) bouwvergunning

Voorbeeld:

You need a building permit before you can start construction.
Je hebt een bouwvergunning nodig voordat je met de bouw kunt beginnen.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland