Vocabulaireverzameling Vastgoed – Bouwprojecten in Onroerend goed: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Vastgoed – Bouwprojecten' in 'Onroerend goed' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) locatie, plek, locatiebepaling
Voorbeeld:
(noun) residentie, woonplaats, verblijfplaats
Voorbeeld:
(noun) aandacht, opmerking, kennisgeving;
(verb) opmerken, waarnemen
Voorbeeld:
(noun) procedure, werkwijze, ingreep
Voorbeeld:
(noun) projectmanagement
Voorbeeld:
(noun) aannemer, bouwer, constructor
Voorbeeld:
(adjective) commercieel, handels-, winstgevend;
(noun) reclamespot, commercial
Voorbeeld:
(noun) masterplan, hoofdplan
Voorbeeld:
(noun) voordeel, pluspunt;
(verb) bevoordelen, voordeel geven
Voorbeeld:
(noun) voorziening, faciliteit, comfort
Voorbeeld:
(noun) landschap, landschapsschilderij, landschapsfoto;
(verb) landschappen, aanleggen
Voorbeeld:
(noun) kwaliteitsborging, kwaliteitsgarantie
Voorbeeld:
(noun) kostenbeheersing, kostencontrole
Voorbeeld:
(noun) oriëntatiepunt, herkenningspunt, mijlpaal;
(adjective) baanbrekend, historisch
Voorbeeld:
(noun) startdatum
Voorbeeld:
(noun) eigendom, bezit, pand
Voorbeeld: