Vocabulaireverzameling Bouwmaterialen in Bouwindustrie: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Bouwmaterialen' in 'Bouwindustrie' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) alkali, base
Voorbeeld:
(noun) aluminium
Voorbeeld:
(adjective) zandig, zandhoudend
Voorbeeld:
(noun) gehouwen steen, bloksteen
Voorbeeld:
(noun) baksteen, bouwsteen, speelgoedblok;
(verb) bricken, onbruikbaar maken
Voorbeeld:
(noun) bakstenen muur, metselwerk, onoverkomelijk obstakel
Voorbeeld:
(verb) in elkaar flansen, samenrapen, schoenen maken;
(noun) kinderkopje, kei
Voorbeeld:
(noun) beton;
(adjective) concreet, tastbaar;
(verb) betonneren
Voorbeeld:
(noun) kanaal, buis;
(verb) leiden, geleiden
Voorbeeld:
(noun) grind, kiezel;
(verb) bestrooien met grind, grinden
Voorbeeld:
(noun) ijzer, strijkijzer;
(verb) strijken;
(adjective) ijzeren
Voorbeeld:
(noun) modder, slijk;
(verb) modderen, besmeuren met modder
Voorbeeld:
(noun) rots, steen, rock;
(verb) wiegen, schommelen, schokken
Voorbeeld:
(noun) puin, brokstukken
Voorbeeld:
(noun) grond, aarde;
(verb) bevuilen, vervuilen
Voorbeeld:
(noun) roestvrij staal;
(adjective) roestvrijstalen
Voorbeeld:
(noun) staal;
(verb) harden, versterken
Voorbeeld:
(noun) steen, pit;
(verb) ontpitten, ontstenen
Voorbeeld:
(noun) hout, bos, woud
Voorbeeld: