Vocabulaireverzameling Relationele actie in Algemene IELTS-woordenschat (band 6-7): Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Relationele actie' in 'Algemene IELTS-woordenschat (band 6-7)' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(phrasal verb) leunen op, vertrouwen op, druk uitoefenen op
Voorbeeld:
(phrasal verb) ontsluiten, openen, zich openstellen
Voorbeeld:
(noun) compromis, schikking, aantasting;
(verb) compromitteren, concessies doen, aantasten
Voorbeeld:
(noun) band, verbinding, obligatie;
(verb) binden, hechten, een band opbouwen
Voorbeeld:
(phrasal verb) erin trappen, voor de gek gehouden worden, verliefd worden op
Voorbeeld:
(phrasal verb) uitvragen, uitnodigen voor een date
Voorbeeld:
(phrasal verb) intrekken, verhuizen naar, naderen
Voorbeeld:
(phrasal verb) rekenen op, vertrouwen op
Voorbeeld:
(phrasal verb) uitkijken naar, opletten voor, zorgen voor
Voorbeeld:
(phrasal verb) verdragen, tolereren
Voorbeeld:
(verb) geruststellen, verzekeren
Voorbeeld:
(verb) wijden, toewijden
Voorbeeld:
(verb) verzoenen, verzoening bewerkstelligen, verenigen
Voorbeeld:
(phrasal verb) zich scharen rond, steunen
Voorbeeld:
(verb) flirten, koketteren, spelen met;
(noun) flirt, koket
Voorbeeld:
(phrasal verb) oprapen, ophalen, oppikken
Voorbeeld:
(verb) bedriegen, misleiden
Voorbeeld:
(noun) spook, geest;
(verb) spoken, zweven, ghosten
Voorbeeld:
(noun) stortplaats, vuilnisbelt, krot;
(verb) dumpen, storten, verlaten
Voorbeeld:
(phrasal verb) ruzie krijgen, uit elkaar gaan, uitpakken
Voorbeeld:
(phrasal verb) afwijzen, weigeren, zachter zetten
Voorbeeld:
(phrasal verb) teleurstellen, in de steek laten, laten zakken
Voorbeeld:
(phrasal verb) zich keren tegen, zich afzetten tegen
Voorbeeld:
(verb) vervreemden, afstoten, overdragen
Voorbeeld:
(noun) deel, stuk, rol;
(verb) scheiden, uiteengaan;
(adverb) deels, gedeeltelijk
Voorbeeld:
(phrasal verb) opstaan, gaan staan, opkomen voor
Voorbeeld: