Avatar of Vocabulary Set Temperatuur

Vocabulaireverzameling Temperatuur in Algemene IELTS-woordenschat (band 5): Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Temperatuur' in 'Algemene IELTS-woordenschat (band 5)' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

hot

/hɑːt/

(adjective) heet, warm, pittig;

(adverb) heet, warm

Voorbeeld:

Be careful, the plate is very hot.
Wees voorzichtig, het bord is erg heet.

warm

/wɔːrm/

(adjective) warm, hartelijk;

(verb) opwarmen, verwarmen;

(adverb) warm, hartelijk

Voorbeeld:

The sun felt warm on my skin.
De zon voelde warm op mijn huid.

heated

/ˈhiː.t̬ɪd/

(adjective) verwarmd, verhit, gepassioneerd

Voorbeeld:

The room was kept comfortably heated during winter.
De kamer werd comfortabel verwarmd gehouden tijdens de winter.

roasting

/ˈroʊ.stɪŋ/

(noun) braden, roosteren;

(adjective) bloedheet, verzengend

Voorbeeld:

The smell of the Sunday roasting filled the house.
De geur van het zondagse braden vulde het huis.

baking

/ˈbeɪ.kɪŋ/

(noun) bakken, gebak;

(verb) bakken;

(adjective) bloedheet, verzengend

Voorbeeld:

She loves baking cakes for special occasions.
Ze houdt van het bakken van taarten voor speciale gelegenheden.

boiling

/ˈbɔɪ.lɪŋ/

(adjective) kokend, bloedheet;

(noun) koken, kookpunt

Voorbeeld:

It's boiling hot outside today.
Het is vandaag kokend heet buiten.

red-hot

/ˈred ˌhɑːt/

(adjective) roodgloeiend, razend populair, superheet

Voorbeeld:

The blacksmith hammered the red-hot iron into shape.
De smid hamerde het roodgloeiende ijzer in vorm.

white-hot

/ˌwaɪtˈhɑːt/

(adjective) witheet, intens

Voorbeeld:

The metal was heated until it was white-hot.
Het metaal werd verhit totdat het witheet was.

cold

/koʊld/

(adjective) koud, afstandelijk, ongevoelig;

(noun) verkoudheid

Voorbeeld:

It's cold outside, so wear a jacket.
Het is koud buiten, dus draag een jas.

chilly

/ˈtʃɪl.i/

(adjective) fris, kil, koel

Voorbeeld:

It's a bit chilly outside, so you might want to wear a jacket.
Het is een beetje fris buiten, dus je zou een jas aan kunnen doen.

freezing

/ˈfriː.zɪŋ/

(adjective) vrieskoud, ijskoud;

(noun) bevriezing, vriezen

Voorbeeld:

It's freezing outside, so wear a warm coat.
Het is vrieskoud buiten, dus trek een warme jas aan.

icy

/ˈaɪ.si/

(adjective) ijzig, glad, ijskoud

Voorbeeld:

The roads were icy and dangerous.
De wegen waren ijzig en gevaarlijk.

frozen

/ˈfroʊ.zən/

(adjective) bevroren, verstijfd, stilgezet;

(past participle) bevroren

Voorbeeld:

The lake was completely frozen over.
Het meer was volledig bevroren.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland