Avatar of Vocabulary Set Ruimte en gebied

Vocabulaireverzameling Ruimte en gebied in Algemene IELTS-woordenschat (band 5): Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Ruimte en gebied' in 'Algemene IELTS-woordenschat (band 5)' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

roomy

/ˈruː.mi/

(adjective) ruim, groot;

(noun) huisgenoot, kamergenoot

Voorbeeld:

The new car has a very roomy interior.
De nieuwe auto heeft een zeer ruim interieur.

tight

/taɪt/

(adjective) strak, vast, dicht;

(adverb) strak, stevig, vast

Voorbeeld:

Make sure the lid is tight.
Zorg ervoor dat het deksel goed dicht is.

crowded

/ˈkraʊ.dɪd/

(adjective) druk, overvol

Voorbeeld:

The market was very crowded on Saturday.
De markt was erg druk op zaterdag.

cramped

/kræmpt/

(adjective) krap, benauwd;

(verb) beperken, belemmeren

Voorbeeld:

The hotel room was small and cramped.
De hotelkamer was klein en krap.

confined

/kənˈfaɪnd/

(adjective) beperkt, opgesloten, bekrompen

Voorbeeld:

The prisoners were kept in confined spaces.
De gevangenen werden in beperkte ruimtes gehouden.

enclosed

/ɪnˈkloʊzd/

(adjective) omsloten, ingesloten, bijgevoegd;

(verb) bijvoegen, insluiten, omsluiten

Voorbeeld:

The garden was completely enclosed by a high wall.
De tuin was volledig omsloten door een hoge muur.

compact

/kəmˈpækt/

(adjective) compact, dicht;

(noun) poederdoos, compact;

(verb) verdichten, samenpersen

Voorbeeld:

The car has a compact design, making it easy to park.
De auto heeft een compact ontwerp, waardoor hij gemakkelijk te parkeren is.

constricted

/kənˈstrɪk.tɪd/

(adjective) vernauwd, bekneld, beperkt;

(past tense) vernauwde, snoerde in

Voorbeeld:

The patient had constricted pupils due to the medication.
De patiënt had vernauwde pupillen door de medicatie.

jammed

/dʒæmd/

(adjective) vastgelopen, geblokkeerd, vol

Voorbeeld:

The printer is jammed again.
De printer is weer vastgelopen.

narrow

/ˈner.oʊ/

(adjective) smal, beperkt, eng;

(verb) versmallen, beperken

Voorbeeld:

The road became very narrow as we approached the village.
De weg werd erg smal toen we het dorp naderden.

open

/ˈoʊ.pən/

(adjective) open, geopend, onbedekt;

(verb) openen, beginnen;

(adverb) open;

(noun) open ruimte, buitenlucht

Voorbeeld:

The door was open.
De deur was open.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland