Vocabulaireverzameling Vriendschap en haat in Algemene IELTS-woordenschat (band 5): Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Vriendschap en haat' in 'Algemene IELTS-woordenschat (band 5)' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) vriend, vriendin, supporter;
(verb) vrienden, toevoegen als vriend
Voorbeeld:
(noun) maatje, vriend;
(verb) bevriend raken, samenwerken
Voorbeeld:
(noun) vriend, maatje;
(verb) bevriend raken, omgaan met
Voorbeeld:
(noun) maat, vriend, partner;
(verb) paren, dekken
Voorbeeld:
(noun) metgezel, gezel, kompaan
Voorbeeld:
(noun) beste vriend, beste vriendin
Voorbeeld:
(noun) schoolgenoot, klasgenoot
Voorbeeld:
(noun) klasgenoot
Voorbeeld:
(noun) teamgenoot
Voorbeeld:
(noun) buur, buurman, buurvrouw;
(verb) grenzen aan, naast liggen
Voorbeeld:
(noun) collega
Voorbeeld:
(noun) huisgenoot, kamergenoot
Voorbeeld:
(noun) gemeenschap, vriendschap, kameraadschap
Voorbeeld:
(noun) beste vriend voor altijd, hartsvriend
Voorbeeld:
(noun) zielsverwant
Voorbeeld:
(noun) vijand, tegenstander
Voorbeeld:
(noun) tegenstander, vijand
Voorbeeld:
(noun) vervreemding
Voorbeeld:
(noun) conflict, ruzie, geschil;
(verb) botsen, conflicteren, strijden
Voorbeeld:
(noun) rivaal, concurrent;
(verb) evenaren, concurreren met;
(adjective) rivaliserend, concurrerend
Voorbeeld:
(noun) tegenstander, opponent, bezwaarmaker
Voorbeeld:
(noun) concurrent, deelnemer
Voorbeeld: