Vocabulaireverzameling Eten en drinken in Algemene IELTS-woordenschat (band 5): Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Eten en drinken' in 'Algemene IELTS-woordenschat (band 5)' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(plural noun) restjes, overblijfselen, restanten
Voorbeeld:
(noun) keuken, kookkunst
Voorbeeld:
(noun) eetlust, trek, verlangen
Voorbeeld:
(noun) zeevruchten
Voorbeeld:
(noun) noot, moer, gek;
(verb) inbeuken, koppen
Voorbeeld:
(noun) kruid
Voorbeeld:
(noun) bakkerij
Voorbeeld:
(noun) nagerecht, dessert
Voorbeeld:
(noun) kruiden, specerijen, smaakmakers
Voorbeeld:
(noun) zuivelfabriek, melkbedrijf;
(adjective) zuivel, melk-
Voorbeeld:
(noun) cafeïne
Voorbeeld:
(noun) pasta, deegwaren
Voorbeeld:
(noun) veganist;
(adjective) veganistisch
Voorbeeld:
(noun) bloem, meel;
(verb) bestuiven met bloem, bebloemen
Voorbeeld:
(noun) snack, tussendoortje;
(verb) snacken, tussendoor eten
Voorbeeld:
(adjective) biologisch, organisch, natuurlijk
Voorbeeld:
(adjective) rauw, ongekookt, ruw;
(noun) schaafwond, rauwe plek
Voorbeeld:
(adjective) vers, fris, schoon;
(adverb) opnieuw, vers
Voorbeeld:
(adjective) sappig, pikant
Voorbeeld:
(adjective) rijk, welvarend, vol;
(noun) de rijken, welgestelden
Voorbeeld:
(adjective) voedzaam, voedingsrijk
Voorbeeld:
(adjective) rijp, geschikt
Voorbeeld:
(adjective) onrijp
Voorbeeld:
(adjective) ervaren, geroutineerd, gekruid
Voorbeeld:
(adjective) zelfgemaakt, huisgemaakt
Voorbeeld:
(adjective) eetbaar;
(noun) eetwaren, voedingsmiddelen
Voorbeeld:
(adjective) mals, zacht, gevoelig;
(noun) offerte, aanbesteding, sloep;
(verb) aanbieden, indienen
Voorbeeld:
(adjective) sterk, krachtig, stevig
Voorbeeld: