Avatar of Vocabulary Set Verminder hoeveelheid

Vocabulaireverzameling Verminder hoeveelheid in Algemene IELTS-woordenschat (band 5): Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Verminder hoeveelheid' in 'Algemene IELTS-woordenschat (band 5)' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

minimal

/ˈmɪn.ə.məl/

(adjective) minimaal, gering, minimalistisch

Voorbeeld:

The damage to the car was minimal.
De schade aan de auto was minimaal.

decrease

/dɪˈkriːs/

(verb) verminderen, afnemen;

(noun) afname, daling

Voorbeeld:

The number of students attending the workshop has decreased.
Het aantal studenten dat de workshop bijwoont, is afgenomen.

decline

/dɪˈklaɪn/

(verb) weigeren, afwijzen, dalen;

(noun) daling, afname, neergang

Voorbeeld:

She had to decline the invitation to the party due to a prior engagement.
Ze moest de uitnodiging voor het feest afwijzen vanwege een eerdere afspraak.

reduce

/rɪˈduːs/

(verb) verminderen, reduceren, verlagen

Voorbeeld:

We need to reduce our expenses.
We moeten onze uitgaven verminderen.

drop

/drɑːp/

(noun) druppel, daling, val;

(verb) laten vallen, neerlaten, dalen

Voorbeeld:

A drop of rain fell on my nose.
Een druppel regen viel op mijn neus.

lower

/ˈloʊ.ɚ/

(verb) verlagen, neerlaten, verminderen;

(adjective) lager, minder hoog

Voorbeeld:

Please lower your voice.
Gelieve uw stem te verlagen.

worsen

/ˈwɝː.sən/

(verb) verslechteren, verergeren

Voorbeeld:

His condition began to worsen after he stopped taking his medication.
Zijn toestand begon te verslechteren nadat hij stopte met zijn medicatie.

shrink

/ʃrɪŋk/

(verb) krimpen, verkleinen, terugdeinzen;

(noun) psychiater

Voorbeeld:

The company's profits shrank by 10% last year.
De winst van het bedrijf kromp vorig jaar met 10%.

trim

/trɪm/

(verb) knippen, snoeien, trimmen;

(noun) bies, sierrand, versiering;

(adjective) netjes, verzorgd, strak

Voorbeeld:

She decided to trim her hair short.
Ze besloot haar haar kort te knippen.

shorten

/ˈʃɔːr.tən/

(verb) verkorten, inkorten

Voorbeeld:

You should shorten the sleeves of this jacket.
Je moet de mouwen van dit jasje inkorten.

reduction

/rɪˈdʌk.ʃən/

(noun) vermindering, reductie, afname

Voorbeeld:

There has been a significant reduction in crime rates.
Er is een aanzienlijke vermindering van de criminaliteitscijfers geweest.

fall

/fɑːl/

(verb) vallen, dalen, afnemen;

(noun) val, daling, herfst

Voorbeeld:

The apple fell from the tree.
De appel viel van de boom.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland