Vocabulaireverzameling Weer in IELTS Academische Woordenschat (Band 6-7): Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Weer' in 'IELTS Academische Woordenschat (Band 6-7)' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) motregen;
(verb) motregenen, druppelen, besprenkelen
Voorbeeld:
(noun) rijp, vorst, vorstperiode;
(verb) bevriezen, rijpen, glazuren
Voorbeeld:
(noun) hittegolf
Voorbeeld:
(noun) orkaan
Voorbeeld:
(noun) bries, windje, makkie;
(verb) gemakkelijk doorgaan, snel bewegen
Voorbeeld:
(noun) storm, orkaan, uitbarsting van gelach
Voorbeeld:
(noun) weerman
Voorbeeld:
(noun) stortbui, plensbui
Voorbeeld:
(noun) microklimaat
Voorbeeld:
(noun) voorspelling, prognose;
(verb) voorspellen, prognostiseren
Voorbeeld:
(noun) mist, nevel;
(verb) beslaan, vertroebelen, besproeien
Voorbeeld:
(noun) nevel, waas, roes;
(verb) vervagen, vertroebelen, ontgroenen
Voorbeeld:
(noun) hagel, begroeting, roep;
(verb) hagelen, roepen, aanroepen;
(exclamation) gegroet
Voorbeeld: