Avatar of Vocabulary Set Regering

Vocabulaireverzameling Regering in IELTS Academische Woordenschat (Band 6-7): Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Regering' in 'IELTS Academische Woordenschat (Band 6-7)' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

govern

/ˈɡʌv.ɚn/

(verb) regeren, besturen, leiden

Voorbeeld:

The new president will govern the country for the next four years.
De nieuwe president zal het land de komende vier jaar regeren.

rule

/ruːl/

(noun) regel, voorschrift, heerschappij;

(verb) regeren, heersen, beheersen

Voorbeeld:

The first rule of the club is to always be on time.
De eerste regel van de club is om altijd op tijd te zijn.

elect

/ɪˈlekt/

(verb) kiezen, verkiezen, besluiten;

(adjective) gekozen, uitverkoren;

(noun) de uitverkorenen, de gekozenen

Voorbeeld:

The citizens will elect a new president next month.
De burgers zullen volgende maand een nieuwe president kiezen.

delegation

/ˌdel.əˈɡeɪ.ʃən/

(noun) delegatie, afvaardiging, overdracht

Voorbeeld:

The official delegation arrived at the conference.
De officiële delegatie arriveerde op de conferentie.

negotiate

/nəˈɡoʊ.ʃi.eɪt/

(verb) onderhandelen, nemen, doorstaan

Voorbeeld:

The two sides agreed to negotiate a peace treaty.
De twee partijen kwamen overeen om over een vredesverdrag te onderhandelen.

consult

/kənˈsʌlt/

(verb) raadplegen, consulteren, overleggen

Voorbeeld:

You should consult a doctor about your symptoms.
Je moet een dokter raadplegen over je symptomen.

overthrow

/ˌoʊ.vɚˈθroʊ/

(verb) omverwerpen, afzetten, te ver gooien;

(noun) omverwerping, val

Voorbeeld:

The rebels plotted to overthrow the government.
De rebellen beraamden een plan om de regering omver te werpen.

senator

/ˈsen.ə.t̬ɚ/

(noun) senator

Voorbeeld:

The senator delivered a powerful speech on the floor.
De senator hield een krachtige toespraak in de zaal.

mayor

/mer/

(noun) burgemeester

Voorbeeld:

The mayor announced new public safety initiatives.
De burgemeester kondigde nieuwe openbare veiligheidsinitiatieven aan.

councillor

/ˈkaʊn.səl.ɚ/

(noun) raadslid, gemeenteraadslid

Voorbeeld:

The city councillor proposed a new park.
De stadsraadslid stelde een nieuw park voor.

diplomat

/ˈdɪp.lə.mæt/

(noun) diplomaat, tactvol persoon

Voorbeeld:

The diplomat presented his credentials to the foreign minister.
De diplomaat overhandigde zijn geloofsbrieven aan de minister van Buitenlandse Zaken.

ambassador

/æmˈbæs.ə.dɚ/

(noun) ambassadeur, vertegenwoordiger

Voorbeeld:

The ambassador presented his credentials to the President.
De ambassadeur overhandigde zijn geloofsbrieven aan de president.

bureaucrat

/ˈbjʊr.ə.kræt/

(noun) bureaucraat, ambtenaar

Voorbeeld:

The local bureaucrat insisted that all the forms be filled out in triplicate.
De lokale bureaucraat stond erop dat alle formulieren in drievoud werden ingevuld.

commissioner

/kəˈmɪʃ.ən.ɚ/

(noun) commissaris, lid van een commissie, hoofd van een afdeling

Voorbeeld:

The new commissioner was appointed to oversee the project.
De nieuwe commissaris werd aangesteld om toezicht te houden op het project.

bureaucracy

/bjʊˈrɑː.krə.si/

(noun) bureaucratie, bestuursapparaat, ambtenarenapparaat

Voorbeeld:

The project was delayed due to excessive bureaucracy.
Het project werd vertraagd door buitensporige bureaucratie.

legislature

/ˈledʒ.ə.slə.tʃɚ/

(noun) wetgevende macht, parlement

Voorbeeld:

The new bill was passed by the state legislature.
Het nieuwe wetsvoorstel werd aangenomen door de staatswetgevende macht.

assembly

/əˈsem.bli/

(noun) bijeenkomst, vergadering, samenkomst

Voorbeeld:

The school held a special assembly for the graduating students.
De school hield een speciale bijeenkomst voor de afstuderende studenten.

spokesperson

/ˈspoʊksˌpɝː.sən/

(noun) woordvoerder

Voorbeeld:

The company's spokesperson announced the new policy.
De woordvoerder van het bedrijf kondigde het nieuwe beleid aan.

treaty

/ˈtriː.t̬i/

(noun) verdrag, overeenkomst

Voorbeeld:

The two nations signed a peace treaty.
De twee naties ondertekenden een vredesverdrag.

sanction

/ˈsæŋk.ʃən/

(noun) goedkeuring, toestemming, sanctie;

(verb) sanctioneren, goedkeuren, straffen

Voorbeeld:

The government gave its sanction to the new trade agreement.
De regering gaf haar goedkeuring aan de nieuwe handelsovereenkomst.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland