Avatar of Vocabulary Set Lichaamsvorm

Vocabulaireverzameling Lichaamsvorm in IELTS Academische Woordenschat (Band 6-7): Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Lichaamsvorm' in 'IELTS Academische Woordenschat (Band 6-7)' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

stout

/staʊt/

(adjective) stevig, gezet, fors;

(noun) stout, donker bier

Voorbeeld:

He was a stout man with a booming laugh.
Hij was een stevige man met een bulderende lach.

portly

/ˈpɔːrt.li/

(adjective) corpulent, gezet

Voorbeeld:

The portly gentleman struggled to fit into the small chair.
De corpulente heer had moeite om in de kleine stoel te passen.

rotund

/roʊˈtʌnd/

(adjective) rond, gezet, corpulent

Voorbeeld:

The rotund man chuckled as he patted his belly.
De ronde man grinnikte terwijl hij op zijn buik klopte.

plump

/plʌmp/

(adjective) vol, mollig, rond;

(verb) opkloppen, opvullen, bol maken;

(adverb) plomp, zwaar, plotseling

Voorbeeld:

The baby had cute, plump cheeks.
De baby had schattige, volle wangen.

obese

/oʊˈbiːs/

(adjective) zwaarlijvig, obees, vet

Voorbeeld:

The doctor told him he was obese and needed to lose weight.
De dokter vertelde hem dat hij zwaarlijvig was en moest afvallen.

corpulent

/ˈkɔːr.pjə.lənt/

(adjective) corpulent, gezet

Voorbeeld:

The corpulent man struggled to fit into the small chair.
De corpulente man had moeite om in de kleine stoel te passen.

heavyset

/ˌhev.iˈset/

(adjective) stevig gebouwd, gezet

Voorbeeld:

The suspect was described as a heavyset man in his late forties.
De verdachte werd beschreven als een stevig gebouwde man van achter in de veertig.

beefy

/ˈbiː.fi/

(adjective) gespierd, stevig, fors

Voorbeeld:

The bouncer was a big, beefy man.
De uitsmijter was een grote, gespierde man.

curvy

/ˈkɝː.vi/

(adjective) bochtig, gebogen, rond

Voorbeeld:

The road ahead was steep and curvy.
De weg voor ons was steil en bochtig.

thickset

/ˈθɪk.set/

(adjective) gezet, stevig, gedrongen

Voorbeeld:

The boxer was a thickset man with powerful arms.
De bokser was een gezet man met krachtige armen.

big-boned

/ˌbɪɡˈboʊnd/

(adjective) grofgebouwd, breedgeschouderd

Voorbeeld:

She's not fat, just naturally big-boned.
Ze is niet dik, maar van nature grofgebouwd.

lean

/liːn/

(verb) leunen, hellen, leunen op;

(adjective) slank, mager, schaars

Voorbeeld:

He had to lean forward to hear what she was saying.
Hij moest naar voren leunen om te horen wat ze zei.

slender

/ˈslen.dɚ/

(adjective) slank, rank, gering

Voorbeeld:

She has a slender figure.
Ze heeft een slank figuur.

petite

/pəˈtiːt/

(adjective) klein, tenger

Voorbeeld:

The dress is perfect for a petite figure.
De jurk is perfect voor een petite figuur.

angular

/ˈæŋ.ɡjə.lɚ/

(adjective) hoekig, kantig, mager

Voorbeeld:

The modern building had a very angular design.
Het moderne gebouw had een zeer hoekig ontwerp.

bony

/ˈboʊ.ni/

(adjective) mager, knokig, benig

Voorbeeld:

The starving dog was terribly bony.
De uitgehongerde hond was vreselijk mager.

skeletal

/ˈskel.ə.t̬əl/

(adjective) skelet-, bot-, skeletachtig

Voorbeeld:

The paleontologist carefully examined the skeletal remains of the dinosaur.
De paleontoloog onderzocht zorgvuldig de skeletresten van de dinosaurus.

raw-boned

/ˈrɑː.boʊnd/

(adjective) mager gebouwd, knokig

Voorbeeld:

The raw-boned farmer worked tirelessly in the fields.
De mager gebouwde boer werkte onvermoeibaar op het land.

trim

/trɪm/

(verb) knippen, snoeien, trimmen;

(noun) bies, sierrand, versiering;

(adjective) netjes, verzorgd, strak

Voorbeeld:

She decided to trim her hair short.
Ze besloot haar haar kort te knippen.

lithe

/laɪð/

(adjective) lenig, soepel

Voorbeeld:

The dancer's movements were incredibly lithe and fluid.
De bewegingen van de danser waren ongelooflijk lenig en vloeiend.

graceful

/ˈɡreɪs.fəl/

(adjective) gracieus, elegant, beleefd

Voorbeeld:

The ballerina performed a graceful pirouette.
De ballerina voerde een gracieuze pirouette uit.

dainty

/ˈdeɪn.t̬i/

(adjective) fijn, delicaat, sierlijk

Voorbeeld:

She wore a dainty silver necklace.
Ze droeg een fijne zilveren ketting.

gaunt

/ɡɑːnt/

(adjective) mager, uitgemergeld, grauw

Voorbeeld:

The prisoner looked gaunt and exhausted after months of captivity.
De gevangene zag er mager en uitgeput uit na maanden van gevangenschap.

muscle-bound

/ˈmʌs.əl.baʊnd/

(adjective) gespierd, overdreven gespierd

Voorbeeld:

The boxer was so muscle-bound that his movements seemed stiff.
De bokser was zo gespierd dat zijn bewegingen stijf leken.

well-built

/ˌwelˈbɪlt/

(adjective) goed gebouwd, gespierd, stevig

Voorbeeld:

He was a tall, well-built man with broad shoulders.
Hij was een lange, goed gebouwde man met brede schouders.

ripped

/rɪpt/

(adjective) gespierd, afgetraind;

(past participle) gescheurd, kapot

Voorbeeld:

He worked out every day and got completely ripped.
Hij trainde elke dag en werd helemaal gespierd.

slight

/slaɪt/

(adjective) licht, gering, klein;

(verb) negeren, minachten, beledigen;

(noun) belediging, minachting, veronachtzaming

Voorbeeld:

There's a slight chance of rain today.
Er is een lichte kans op regen vandaag.

hardy

/ˈhɑːr.di/

(adjective) gehard, robuust, sterk

Voorbeeld:

The mountain goats are hardy animals, able to survive in harsh climates.
De berggeiten zijn geharde dieren, in staat om te overleven in barre klimaten.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland