Avatar of Vocabulary Set Fysieke actie en reactie

Vocabulaireverzameling Fysieke actie en reactie in IELTS Academische Woordenschat (Band 5): Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Fysieke actie en reactie' in 'IELTS Academische Woordenschat (Band 5)' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

defend

/dɪˈfend/

(verb) verdedigen, beschermen, pleiten voor

Voorbeeld:

The soldiers bravely defended the city.
De soldaten verdedigden moedig de stad.

protect

/prəˈtekt/

(verb) beschermen, beveiligen

Voorbeeld:

The ozone layer protects us from harmful UV rays.
De ozonlaag beschermt ons tegen schadelijke UV-stralen.

resist

/rɪˈzɪst/

(verb) weerstaan, bestand zijn tegen, zich verzetten tegen

Voorbeeld:

The old bridge was built to resist floods.
De oude brug is gebouwd om overstromingen te weerstaan.

guard

/ɡɑːrd/

(noun) bewaker, garde, beschermer;

(verb) bewaken, beschermen

Voorbeeld:

The security guard checked our bags at the entrance.
De veiligheidsbewaker controleerde onze tassen bij de ingang.

crush

/krʌʃ/

(verb) verpletteren, verbrijzelen, onderdrukken;

(noun) crush, verliefdheid, menigte

Voorbeeld:

He accidentally crushed the delicate flower.
Hij verpletterde per ongeluk de delicate bloem.

break

/breɪk/

(verb) breken, stukmaken, onderbreken;

(noun) pauze, onderbreking, uitbraak

Voorbeeld:

The glass will break if you drop it.
Het glas zal breken als je het laat vallen.

attack

/əˈtæk/

(noun) aanval, kritiek;

(verb) aanvallen, bekritiseren

Voorbeeld:

The army launched a surprise attack on the enemy.
Het leger lanceerde een verrassingsaanval op de vijand.

slap

/slæp/

(noun) klap, tik;

(verb) slaan, klappen, gooien;

(adverb) recht, direct

Voorbeeld:

She gave him a hard slap across the face.
Ze gaf hem een harde klap in zijn gezicht.

beat

/biːt/

(verb) slaan, afranselen, verslaan;

(noun) beat, ritme, slag;

(adjective) uitgeput, moe

Voorbeeld:

He was severely beaten by the attackers.
Hij werd zwaar geslagen door de aanvallers.

rip

/rɪp/

(verb) scheuren, trekken, razen;

(noun) scheur, rift

Voorbeeld:

He tried to rip the paper from my hand.
Hij probeerde het papier uit mijn hand te scheuren.

scratch

/skrætʃ/

(noun) kras, schram, start;

(verb) krassen, schrammen, krabben

Voorbeeld:

The cat left a scratch on my arm.
De kat liet een kras achter op mijn arm.

bully

/ˈbʊl.i/

(noun) pestkop, bullebak;

(verb) pesten, intimideren

Voorbeeld:

The school has a strict policy against bullies.
De school heeft een strikt beleid tegen pestkoppen.

hit

/hɪt/

(verb) slaan, raken, treffen;

(noun) slag, treffer, hit

Voorbeeld:

He accidentally hit his thumb with a hammer.
Hij sloeg per ongeluk zijn duim met een hamer.

bite

/baɪt/

(verb) bijten, hap, aantasten;

(noun) beet, hap, hapje

Voorbeeld:

The dog might bite if you get too close.
De hond kan bijten als je te dichtbij komt.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland