Vocabulaireverzameling Eenheid 7: Verkeer in Graad 7: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Eenheid 7: Verkeer' in 'Graad 7' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) cyclus, kringloop, fiets;
(verb) fietsen, cyclen, doorlopen
Voorbeeld:
(noun) file, verkeersopstopping
Voorbeeld:
(noun) park, reservaat;
(verb) parkeren
Voorbeeld:
(noun) stoep, plaveisel
Voorbeeld:
(noun) treinstation, spoorwegstation
Voorbeeld:
(adverb) veilig, beveiligd
Voorbeeld:
(noun) veiligheid, beveiliging
Voorbeeld:
(noun) veiligheidsgordel, autoband
Voorbeeld:
(noun) trein, sleep;
(verb) trainen, opleiden, oefenen
Voorbeeld:
(noun) dak;
(verb) bedekken met een dak, daken
Voorbeeld:
(adjective) illegaal, onwettig
Voorbeeld:
(verb) achteruitrijden, omkeren, terugdraaien;
(noun) achterkant, tegenovergestelde, omgekeerde;
(adjective) omgekeerd, achteruit
Voorbeeld:
(noun) boot, vaartuig;
(verb) varen, bootje varen
Voorbeeld:
(verb) vliegen, schieten, voorbijvliegen;
(noun) vlieg, gulp
Voorbeeld:
(noun) helikopter;
(verb) helikopteren, met de helikopter vliegen
Voorbeeld:
(noun) driehoek, triangel
Voorbeeld:
(noun) voertuig, rijtuig, middel
Voorbeeld:
(noun) vlak, plat vlak, vliegtuig;
(verb) schaven, vlak maken
Voorbeeld:
(adjective) onbetaalbaar, verbiedend, belemmerend
Voorbeeld:
(noun) verkeersbord, wegwijzer
Voorbeeld:
(noun) schip, vaartuig;
(verb) verzenden, vervoeren
Voorbeeld:
(noun) driewieler
Voorbeeld: