Vocabulaireverzameling Eenheid 3: Gemeenschapsdienst in Graad 7: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Eenheid 3: Gemeenschapsdienst' in 'Graad 7' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) voordeel, nut, profijt;
(verb) profiteren, voordeel trekken uit, ten goede komen
Voorbeeld:
(noun) deken, sprei, laag;
(adjective) algemeen, uitgebreid;
(verb) bedekken, omhullen
Voorbeeld:
(adjective) liefdadig, filantropisch, gul
Voorbeeld:
(phrasal verb) opruimen, schoonmaken, flink verdienen
Voorbeeld:
(noun) gemeenschapsdienst, vrijwilligerswerk, taakstraf
Voorbeeld:
(verb) doneren, schenken
Voorbeeld:
(noun) graffiti
Voorbeeld:
(noun) sollicitatiegesprek, interview, gesprek;
(verb) interviewen, ondervragen
Voorbeeld:
(idiom) een verschil maken, uitmaken
Voorbeeld:
(noun) mentor, raadgever;
(verb) mentoren, begeleiden
Voorbeeld:
(noun) muurschildering, wandschildering;
(adjective) muur-, wand-
Voorbeeld:
(noun) verpleeghuis, bejaardentehuis
Voorbeeld:
(noun) organisatie, instelling, ordening
Voorbeeld:
(noun) dienst, service, voorziening;
(verb) dienen, werken voor, serveren
Voorbeeld:
(noun) onderdak, schuilplaats, toevluchtsoord;
(verb) beschermen, onderdak bieden, schuilen
Voorbeeld:
(noun) soort, type;
(verb) sorteren, ordenen, oplossen
Voorbeeld:
(noun) file, verkeersopstopping
Voorbeeld:
(noun) privéleraar, tutor;
(verb) bijles geven, onderwijzen
Voorbeeld:
(noun) vrijwilliger;
(verb) vrijwillig aanbieden, zich aanmelden
Voorbeeld: