Avatar of Vocabulary Set Eenheid 3: Gemeenschapsdienst

Vocabulaireverzameling Eenheid 3: Gemeenschapsdienst in Graad 7: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Eenheid 3: Gemeenschapsdienst' in 'Graad 7' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

benefit

/ˈben.ə.fɪt/

(noun) voordeel, nut, profijt;

(verb) profiteren, voordeel trekken uit, ten goede komen

Voorbeeld:

The new policy will bring many benefits to the community.
Het nieuwe beleid zal veel voordelen voor de gemeenschap opleveren.

blanket

/ˈblæŋ.kɪt/

(noun) deken, sprei, laag;

(adjective) algemeen, uitgebreid;

(verb) bedekken, omhullen

Voorbeeld:

She pulled the blanket up to her chin.
Ze trok de deken tot aan haar kin.

charitable

/ˈtʃer.ə.t̬ə.bəl/

(adjective) liefdadig, filantropisch, gul

Voorbeeld:

The organization provides charitable aid to disaster victims.
De organisatie biedt liefdadige hulp aan rampenslachtoffers.

clean up

/kliːn ˈʌp/

(phrasal verb) opruimen, schoonmaken, flink verdienen

Voorbeeld:

We need to clean up this mess before mom gets home.
We moeten deze rommel opruimen voordat mama thuiskomt.

community service

/kəˈmjuː.nə.ti ˌsɜːr.vɪs/

(noun) gemeenschapsdienst, vrijwilligerswerk, taakstraf

Voorbeeld:

She dedicates her weekends to community service at the local shelter.
Ze wijdt haar weekenden aan gemeenschapsdienst in de plaatselijke opvang.

donate

/ˈdoʊ.neɪt/

(verb) doneren, schenken

Voorbeeld:

She decided to donate all her old clothes to a local shelter.
Ze besloot al haar oude kleren te doneren aan een plaatselijke opvang.

graffiti

/ɡrəˈfiː.t̬i/

(noun) graffiti

Voorbeeld:

The city council is trying to remove all the graffiti from the underpass.
De gemeenteraad probeert alle graffiti van de onderdoorgang te verwijderen.

interview

/ˈɪn.t̬ɚ.vjuː/

(noun) sollicitatiegesprek, interview, gesprek;

(verb) interviewen, ondervragen

Voorbeeld:

She has an interview for a new job tomorrow.
Ze heeft morgen een sollicitatiegesprek voor een nieuwe baan.

make a difference

/meɪk ə ˈdɪf.ər.əns/

(idiom) een verschil maken, uitmaken

Voorbeeld:

Every small donation can make a difference.
Elke kleine donatie kan een verschil maken.

mentor

/ˈmen.tɔːr/

(noun) mentor, raadgever;

(verb) mentoren, begeleiden

Voorbeeld:

She found a great mentor who guided her through her career.
Ze vond een geweldige mentor die haar door haar carrière leidde.

mural

/ˈmjʊr.əl/

(noun) muurschildering, wandschildering;

(adjective) muur-, wand-

Voorbeeld:

The artist spent months creating the vibrant mural on the side of the building.
De kunstenaar heeft maanden besteed aan het maken van de levendige muurschildering aan de zijkant van het gebouw.

nursing home

/ˈnɜːr.sɪŋ ˌhoʊm/

(noun) verpleeghuis, bejaardentehuis

Voorbeeld:

My grandmother moved into a nursing home last year.
Mijn grootmoeder is vorig jaar naar een verpleeghuis verhuisd.

organization

/ˌɔːr.ɡən.əˈzeɪ.ʃən/

(noun) organisatie, instelling, ordening

Voorbeeld:

The company is a large international organization.
Het bedrijf is een grote internationale organisatie.

service

/ˈsɝː.vɪs/

(noun) dienst, service, voorziening;

(verb) dienen, werken voor, serveren

Voorbeeld:

The hotel provides excellent room service.
Het hotel biedt uitstekende roomservice.

shelter

/ˈʃel.t̬ɚ/

(noun) onderdak, schuilplaats, toevluchtsoord;

(verb) beschermen, onderdak bieden, schuilen

Voorbeeld:

We sought shelter from the storm in an old barn.
We zochten onderdak tegen de storm in een oude schuur.

sort

/sɔːrt/

(noun) soort, type;

(verb) sorteren, ordenen, oplossen

Voorbeeld:

What sort of music do you like?
Wat voor soort muziek vind je leuk?

traffic jam

/ˈtræf.ɪk ˌdʒæm/

(noun) file, verkeersopstopping

Voorbeeld:

I was stuck in a huge traffic jam for an hour.
Ik zat een uur vast in een enorme file.

tutor

/ˈtuː.t̬ɚ/

(noun) privéleraar, tutor;

(verb) bijles geven, onderwijzen

Voorbeeld:

My math tutor helped me improve my grades significantly.
Mijn wiskundeleraar hielp me mijn cijfers aanzienlijk te verbeteren.

volunteer

/ˌvɑː.lənˈtɪr/

(noun) vrijwilliger;

(verb) vrijwillig aanbieden, zich aanmelden

Voorbeeld:

Many volunteers helped clean up the park.
Veel vrijwilligers hielpen met het opruimen van het park.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland