Avatar of Vocabulary Set Eenheid 12: Een Overbevolkte Wereld

Vocabulaireverzameling Eenheid 12: Een Overbevolkte Wereld in Graad 7: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Eenheid 12: Een Overbevolkte Wereld' in 'Graad 7' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

affect

/əˈfekt/

(verb) beïnvloeden, aantasten, aandoen

Voorbeeld:

The weather will affect our travel plans.
Het weer zal onze reisplannen beïnvloeden.

block

/blɑːk/

(noun) blok, klomp, gebouw;

(verb) blokkeren, versperren, verhinderen

Voorbeeld:

He used a concrete block to prop open the door.
Hij gebruikte een betonnen blok om de deur open te houden.

cheat

/tʃiːt/

(verb) valsspelen, bedriegen, vreemdgaan;

(noun) valsspeler, bedrieger

Voorbeeld:

He was caught trying to cheat on the exam.
Hij werd betrapt toen hij probeerde te valsspelen bij het examen.

crime

/kraɪm/

(noun) misdaad, criminaliteit, schande

Voorbeeld:

He was arrested for committing a serious crime.
Hij werd gearresteerd voor het plegen van een ernstige misdaad.

criminal

/ˈkrɪm.ə.nəl/

(noun) crimineel, misdadiger;

(adjective) crimineel, strafrechtelijk

Voorbeeld:

The police arrested the criminal after a long chase.
De politie arresteerde de crimineel na een lange achtervolging.

diverse

/dɪˈvɝːs/

(adjective) divers, verschillend

Voorbeeld:

New York is a city with a diverse population.
New York is een stad met een diverse bevolking.

slum

/slʌm/

(noun) sloppenwijk, achterbuurt;

(verb) in een sloppenwijk verblijven, in armoede leven

Voorbeeld:

Many people live in the slums of the city.
Veel mensen wonen in de sloppenwijken van de stad.

underdeveloped

/ˌʌn.də.dɚˈvel.əpt/

(adjective) onderontwikkeld, onvolgroeid

Voorbeeld:

The plant's roots were underdeveloped due to poor soil conditions.
De wortels van de plant waren onderontwikkeld door slechte bodemomstandigheden.

flea market

/ˈfliː ˌmɑːr.kɪt/

(noun) vlooienmarkt

Voorbeeld:

We found some antique furniture at the flea market.
We vonden wat antieke meubels op de vlooienmarkt.

hunger

/ˈhʌŋ.ɡɚ/

(noun) honger, verlangen, dorst;

(verb) hongeren naar, verlangen naar, honger hebben

Voorbeeld:

He felt a pang of hunger.
Hij voelde een steek van honger.

major

/ˈmeɪ.dʒɚ/

(adjective) belangrijk, groot, ernstig;

(noun) majoor, hoofdvak, studierichting;

(verb) specialiseren in, hoofdvak hebben in

Voorbeeld:

This is a major problem that needs immediate attention.
Dit is een groot probleem dat onmiddellijke aandacht vereist.

malnutrition

/ˌmæl.nuːˈtrɪʃ.ən/

(noun) ondervoeding, malnutritie

Voorbeeld:

Many children in developing countries suffer from severe malnutrition.
Veel kinderen in ontwikkelingslanden lijden aan ernstige ondervoeding.

megacity

/ˈmeɡ.ə.sɪt̬.i/

(noun) megastad

Voorbeeld:

Tokyo is a prime example of a modern megacity.
Tokio is een schoolvoorbeeld van een moderne megastad.

overcrowded

/ˌoʊ.vɚˈkraʊ.dɪd/

(adjective) overvol, overbevolkt

Voorbeeld:

The train was overcrowded during rush hour.
De trein was overvol tijdens de spits.

poverty

/ˈpɑː.vɚ.t̬i/

(noun) armoede, gebrek, schaarste

Voorbeeld:

Many families in the region live in extreme poverty.
Veel gezinnen in de regio leven in extreme armoede.

famine

/ˈfæm.ɪn/

(noun) hongersnood, voedselschaarste

Voorbeeld:

The country is facing a severe famine after years of drought.
Het land wordt geconfronteerd met een ernstige hongersnood na jaren van droogte.

explosion

/ɪkˈsploʊ.ʒən/

(noun) explosie, ontploffing, snelle toename

Voorbeeld:

The building was severely damaged by the explosion.
Het gebouw raakte zwaar beschadigd door de explosie.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland