Vocabulaireverzameling Unit 17: Wat zou je willen eten? in Groep 5: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Unit 17: Wat zou je willen eten?' in 'Groep 5' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) restaurant
Voorbeeld:
(noun) noedel, mie, hoofd;
(verb) tokkelen, improviseren, handvissen
Voorbeeld:
(noun) water;
(verb) wateren, begieten
Voorbeeld:
(phrase) een glas
Voorbeeld:
(noun) appelsap
Voorbeeld:
(noun) vis;
(verb) vissen, vissen naar, uitvragen
Voorbeeld:
(noun) koekje, biscuit, snelbrood
Voorbeeld:
(noun) limonade
Voorbeeld:
(adverb) tegenwoordig, nu
Voorbeeld:
(noun) broodje, sandwich;
(verb) wringen, inklemmen
Voorbeeld:
(noun) maaltijd, eten
Voorbeeld:
(noun) kantine, eetzaal, veldfles
Voorbeeld:
(adjective) vers, fris, schoon;
(adverb) opnieuw, vers
Voorbeeld:
(noun) ei;
(verb) aanzetten, aanmoedigen
Voorbeeld:
(noun) worst
Voorbeeld:
(noun) boter;
(verb) boteren, besmeren met boter
Voorbeeld:
(noun) fles;
(verb) in flessen doen, bottelen, opgeven
Voorbeeld:
(noun) banaan
Voorbeeld:
(noun) dieet, voeding, kuur;
(verb) diëten, op dieet zijn
Voorbeeld:
(noun) groente, plant, vegetatieve toestand
Voorbeeld:
(noun) vitamine
Voorbeeld:
(noun) suiker, schatje, liefje;
(verb) suikeren, zoeten
Voorbeeld:
(noun) zout, chemische verbinding;
(verb) zouten, pekelen
Voorbeeld:
(noun) vet;
(adjective) dik, vet, groot
Voorbeeld:
(noun) gewoonte, gebruik, habijt;
(verb) kleden, aankleden
Voorbeeld:
(noun) rijst;
(verb) rijst wassen, purere, fijnpersen
Voorbeeld:
(noun) vlees, pit
Voorbeeld: