Vocabulaireverzameling Unit 14: Hoe ziet hij eruit? in Groep 4: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Unit 14: Hoe ziet hij eruit?' in 'Groep 4' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(adjective) groot, omvangrijk, belangrijk;
(adverb) grootspraak, arrogant
Voorbeeld:
(noun) woordenboek
Voorbeeld:
(noun) voetballer
Voorbeeld:
(adjective) oud, voormalig, ouwe
Voorbeeld:
(adjective) kort, tekort, onvoldoende;
(adverb) abrupt, plotseling;
(verb) voorschieten, lenen
Voorbeeld:
(adjective) slank, dun, klein;
(verb) afslanken, stroomlijnen
Voorbeeld:
(adjective) klein, onbelangrijk;
(adverb) klein, fijn
Voorbeeld:
(adjective) sterk, krachtig, stevig
Voorbeeld:
(adjective) lang, hoog, overdreven
Voorbeeld:
(adjective) dik, dicht, compact;
(adverb) dicht, dik
Voorbeeld:
(adjective) dun, mager, slank;
(verb) verdunnen, uitdunnen;
(adverb) dun
Voorbeeld:
(adjective) jong, beginnend;
(noun) de jeugd, jongeren
Voorbeeld: