Avatar of Vocabulary Set Unit 14: Hoe ziet hij eruit?

Vocabulaireverzameling Unit 14: Hoe ziet hij eruit? in Groep 4: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Unit 14: Hoe ziet hij eruit?' in 'Groep 4' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

big

/bɪɡ/

(adjective) groot, omvangrijk, belangrijk;

(adverb) grootspraak, arrogant

Voorbeeld:

He lives in a big house.
Hij woont in een groot huis.

dictionary

/ˈdɪk.ʃən.er.i/

(noun) woordenboek

Voorbeeld:

I looked up the word in the dictionary.
Ik zocht het woord op in het woordenboek.

footballer

/ˈfʊt.bɑː.lɚ/

(noun) voetballer

Voorbeeld:

The young footballer scored a brilliant goal.
De jonge voetballer scoorde een schitterend doelpunt.

old

/oʊld/

(adjective) oud, voormalig, ouwe

Voorbeeld:

In the old days, people used to write letters.
In de oude dagen schreven mensen brieven.

short

/ʃɔːrt/

(adjective) kort, tekort, onvoldoende;

(adverb) abrupt, plotseling;

(verb) voorschieten, lenen

Voorbeeld:

She has short hair.
Ze heeft kort haar.

slim

/slɪm/

(adjective) slank, dun, klein;

(verb) afslanken, stroomlijnen

Voorbeeld:

She has a slim and elegant figure.
Ze heeft een slank en elegant figuur.

small

/smɑːl/

(adjective) klein, onbelangrijk;

(adverb) klein, fijn

Voorbeeld:

She lives in a small house.
Ze woont in een klein huis.

strong

/strɑːŋ/

(adjective) sterk, krachtig, stevig

Voorbeeld:

He is a very strong man.
Hij is een zeer sterke man.

tall

/tɑːl/

(adjective) lang, hoog, overdreven

Voorbeeld:

He is a very tall man.
Hij is een erg lange man.

thick

/θɪk/

(adjective) dik, dicht, compact;

(adverb) dicht, dik

Voorbeeld:

The book has a thick cover.
Het boek heeft een dikke kaft.

thin

/θɪn/

(adjective) dun, mager, slank;

(verb) verdunnen, uitdunnen;

(adverb) dun

Voorbeeld:

The book has a thin cover.
Het boek heeft een dunne kaft.

young

/jʌŋ/

(adjective) jong, beginnend;

(noun) de jeugd, jongeren

Voorbeeld:

She is a very young child.
Zij is een heel jong kind.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland