Avatar of Vocabulary Set Eenheid 18: Wat Ben Je Aan Het Doen?

Vocabulaireverzameling Eenheid 18: Wat Ben Je Aan Het Doen? in Groep 3: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Eenheid 18: Wat Ben Je Aan Het Doen?' in 'Groep 3' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

homework

/ˈhoʊm.wɝːk/

(noun) huiswerk

Voorbeeld:

I have a lot of homework to finish tonight.
Ik heb veel huiswerk vanavond af te maken.

draw

/drɑː/

(verb) tekenen, trekken, aantrekken;

(noun) gelijkspel, trek, aantrekkingskracht

Voorbeeld:

She likes to draw animals.
Ze houdt ervan om dieren te tekenen.

know

/noʊ/

(verb) weten, kennen, bekend zijn met

Voorbeeld:

I know the answer to that question.
Ik weet het antwoord op die vraag.

read

/riːd/

(verb) lezen, interpreteren, begrijpen;

(noun) lezing, leesbeurt

Voorbeeld:

She loves to read books in her free time.
Ze houdt ervan om boeken te lezen in haar vrije tijd.

sing

/sɪŋ/

(verb) zingen, kwinkeleren, fluiten

Voorbeeld:

She loves to sing in the shower.
Ze houdt ervan om onder de douche te zingen.

skate

/skeɪt/

(noun) schaats, rolschaats, rog;

(verb) schaatsen, rolschaatsen

Voorbeeld:

She put on her ice skates and glided onto the rink.
Ze trok haar ijsschaatsen aan en gleed de baan op.

skating

/ˈskeɪ.t̬ɪŋ/

(noun) schaatsen, skaten;

(verb) schaatsend, skatend

Voorbeeld:

She loves ice skating in the winter.
Ze houdt van ijsschaatsen in de winter.

skip

/skɪp/

(verb) hinkelen, springen, overslaan;

(noun) hink, sprong, overslag

Voorbeeld:

The children were skipping happily down the street.
De kinderen waren vrolijk de straat aan het hinkelen.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland