Vocabulaireverzameling Eenheid 5: Opwarming van de Aarde in Graad 11: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Eenheid 5: Opwarming van de Aarde' in 'Graad 11' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) atmosfeer, dampkring, sfeer
Voorbeeld:
(noun) evenwicht, balans, saldo;
(verb) balanceren, in evenwicht houden, afwegen
Voorbeeld:
(noun) biodiversiteit
Voorbeeld:
(noun) oproep tot actie
Voorbeeld:
(noun) campagne, militaire operatie, actie;
(verb) campagne voeren, actie voeren
Voorbeeld:
(noun) kooldioxide, koolstofdioxide
Voorbeeld:
(noun) kolen, steenkool, gloeiende kool
Voorbeeld:
(noun) gevolg, consequentie, belang
Voorbeeld:
(noun) behoud, natuurbehoud, milieubescherming
Voorbeeld:
(noun) ontbossing, boskap
Voorbeeld:
(noun) uitstoot, emissie, uitgave
Voorbeeld:
(noun) omgeving, milieu, natuur
Voorbeeld:
(adjective) uitgestorven, uitgedoofd, inactief
Voorbeeld:
(noun) landbouw, boerenbedrijf
Voorbeeld:
(noun) landbouwgrond, bouwland
Voorbeeld:
(noun) fossiele brandstof
Voorbeeld:
(noun) opwarming van de aarde, klimaatverandering
Voorbeeld:
(noun) broeikasgas
Voorbeeld:
(noun) habitat, leefgebied
Voorbeeld:
(noun) inslag, botsing, impact;
(verb) beïnvloeden, raken, treffen
Voorbeeld:
(noun) folder, brochure, pamflet
Voorbeeld:
(noun) methaan
Voorbeeld:
(verb) het vuur openen, beginnen te schieten
Voorbeeld:
(noun) vervuilende stof, verontreinigende stof
Voorbeeld:
(adjective) dringend, urgent;
(noun) persen, drukken
Voorbeeld:
(verb) vrijlaten, loslaten, uitbrengen;
(noun) vrijlating, uitgave
Voorbeeld:
(adjective) hernieuwbaar, vernieuwbaar, verlengbaar
Voorbeeld:
(noun) zeeniveau
Voorbeeld:
(noun) grond, aarde;
(verb) bevuilen, vervuilen
Voorbeeld:
(noun) roet;
(verb) beroeten, zwart maken met roet
Voorbeeld:
(verb) overleven, voortbestaan, bewaard blijven
Voorbeeld:
(noun) temperatuur, koorts
Voorbeeld:
(adjective) kwetsbaar, aanvaller
Voorbeeld:
(noun) afval, resten, verspilling;
(verb) verspillen, verkwisten, verkwijnen;
(adjective) woest, braakliggend
Voorbeeld:
(noun) bosbrand, heidebrand, lopend vuurtje
Voorbeeld:
(phrasal verb) verminderen, beperken, omhakken
Voorbeeld:
(phrasal verb) op zijn, opraken, verlopen
Voorbeeld:
(phrasal verb) opgebruiken, verbruiken, uitputten
Voorbeeld: